|
Pagina 1 van 2
|
Onder de titel ‘Bella Vista’, vindt u maandelijks een nieuwe column met verrassende vergezichten op het leven van alle dag. Door even stil te staan, dingen in een ander licht te plaatsen, kan het perspectief ineens veranderen en worden nieuwe contouren zichtbaar. Bella Vista betekent letterlijk ‘mooi uitzicht’ Dat is dan ook wat we in deze column graag willen doen: een mooi uitzicht schetsen.
|
 |
December 2011: Feestmaand?
“December begint! Heerlijk; de maand van gezelligheid. Van korte dagen en sfeerverlichting. Buiten koud, maar binnen heerlijk warm.  Sinterklaas is nu al snel! Broeden op een gedicht en klodderen met lijm en papier voor de ultieme surprise. Sinterklaasavond is altijd een succes. Familie en vrienden om je heen, lekker eten, snoepgoed en natuurlijk heel veel lol. En dan maar hopen dat het snel gaat vriezen... Dan kunnen de schaatsen weer uit het vet en onder de voeten. En na uren vallen en opstaan, snelheidsrecords en pirouettes, terug naar huis voor chocolademelk met slagroom. Voeten op de verwarming en de kerstboom alvast aan. Kerst...ja, dat is helemaal geweldig! Kaartjes sturen en ontvangen, de kerstboom optuigen, lichtslangen bevestigen, kaarsen uit de kast halen. Misschien zelfs even heel creatief kerststukjes in elkaar bouwen – met hulst en oase. Kerstkransjes bakken of bij de supermarkt halen. Het “First Noël” schalt alweer door de huiskamer. Wat een heerlijk gevoel, die kerstochtend. Samen naar de kerk, waar het gevoel van samenhorigheid nooit zó groot was. Daarna naar huis en lekker tijd doorbrengen met familie. Heerlijk eten – tot je niet meer kan – en dan met een goede wijn, in goed gezelschap, lekker uitbuiken. En als we die dagen gehad hebben – hopelijk met veel sneeuw – kijken we uit naar oud en nieuw. De pakken oliebollenmix staan al klaar in de voorraadkast, het vuurwerk wordt uit Duitsland gehaald. We moeten er tenslotte met een knal uit! Een prachtige afsluiter van een knallende maand! Ik kan niet wachten!”
“December begint... Die donkere maand, vol verplichtingen. Van korte dagen, vol schemering. En wanneer de zon een kansje krijgt, zijn haar stralen koud en krachteloos. Een ijzige wind buiten, binnen is alles donker en verlaten. Eerst natuurlijk Sinterklaas. Uren ploeteren op een gedicht, om nog maar te zwijgen van een surprise. En op de avond zelf maar een beetje gemaakt meelachen met de mensen om me heen, die duidelijk veel meer op hun gemak zijn dat ik. Hard m'n best doen om hetzelfde te voelen als zij, maar daar toch weer jammerlijk in falen. Dan gaat het vast snel weer vriezen. Verlammend koud buiten en verraderlijk glad op de wegen. Al die mensen die willen dat je mee gaat schaatsen, omdat je nooit weet hoe lang het ijs blijft liggen. En als ik dan verplicht op die ijzertjes sta te wankelen, schieten de anderen me al voorbij. Nauwelijks in staat om me staande te houden, moet ik toekijken hoe iedereen, behalve ik, geniet. Eenmaal thuis, probeer ik mijn bevroren handen en voeten te ontdooien, terwijl mijn schaatsgenoten blozend hele verhalen verkondigen over hun schaatsrecords. De kerstboom gaat alvast aan, alsof de tijd al niet snel genoeg gaat. Kerst...dat is helemaal een drama. De paar verplichte kaartjes versturen naar ouders en grootouders. En mijn eigen brievenbus blijft leeg. Moet ik dan maar een kerstboom opzetten, omdat het “zo gezellig is”? En kaarsjes op de tafel? Alsof die kleine lichtbronnen het donker in mijn hart kunnen verdrijven. Als het dan kerst is, speelt de familie hun jaarlijkse versie van “gelukkig gezin”, om aan de buitenwereld te laten zien hoe mooi alles is. Na een kerkdienst waarin het meer gaat om de uiterlijke schijn, dan om de echte blijdschap vertrekken we richting huis, waar we het verplichte kerstdiner krijgen. Met ongemakkelijke gesprekken en naderhand een overvloed aan restjes. Alsof er nergens op de wereld mensen sterven van de honger. En als we dat achter de rug hebben, mogen we ons weer klaarmaken voor de jaarwisseling. Om me heen koopt iedereen oliebollen en vuurwerk. Vrienden komen samen om het jaar uit te knallen, de avond is voor hen niet lang genoeg. En ik sta van achter mijn woonkamerraam te kijken naar de fonteinen in de lucht. Alleen in een donker huis. Nog voor het half één is, lig ik in bed. Gelukkig hebben we het dan maar weer gehad, die decembermaand. Ik wou dat het al voorbij was...”
God heeft ons allemaal verschillend gemaakt; zo wilde hij het ook. Hij schiep man en vrouw: beide mens, maar toch verschillend. Laten wij het nooit nalaten om elkaar te blijven zien en blijven accepteren precies zoals we gemaakt zijn. Hoe makkelijk is het om elkaar te veroordelen; apart te zetten of te betitelen als “vreemd” of “anders”. Laten we onze ogen open houden en elkaar de hand reiken. Want verschillend als ze waren, Adam en Eva waren aan elkaar gegeven omdat het niet goed was om alleen te zijn. Zo mogen ook wij elkaar meenemen en, als het nodig is, elkaar ondersteunen, optillen en dragen. Vooral in deze wintermaand.
“U bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. God heeft in de gemeente aan alle mensen een plaats gegeven.” Naar 1 Kor. 12: 27 en 28a
José Lourens Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
November 2011: Licht
Zondag 28 oktober werd ’s nachts de klok weer een uur achteruit gezet. Het einde van de zomertijd. Mijn dochter van bijna 2 stond een paar avonden achter elkaar vol verwondering voor het raam naar buiten te kijken. ‘Donker buiten’ zei ze gefascineerd kijkend naar de straatlantaarns. De meeste mensen zullen toch minder uitzien naar de tijd dat ze ’s morgens in het donker van huis gaan en aan het eind van de middag in het donker weer thuis komen.
Naast de dalende temperatuur is de korter wordende daglengte de oorzaak van de vallende bladeren in de herfst. Winterdepressies proberen bij menigeen weer de kop op te steken. Het betekent ook een tijd dat je extra alert bent als je ’s avonds buiten fietst. Er zijn veel dingen die het daglicht niet kunnen verdragen en daarom vaak in het donker plaats vinden.
Het is dan ook niet voor niets dat vaak in november al de eerste kerst/feestverlichting weer verschijnt. De lichtjes doen ons duidelijk goed en het is ineens weer gezellig in de stad. Er worden veel cadeaus gekocht voor sinterklaas en kerst en we storten ons op snoep en lekker eten.
Het kerstfeest is inderdaad het feest van het licht! Gods Zoon die bij Zijn geboorte op aarde de wereld hoop gaf en in het licht zette. De duisternis (de zonde en de dood) moest plaatsmaken voor het licht van de waarheid.
Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Joh. 8:12
Het wonder van de geboorte van Jezus is wat we vieren met kerst. Als Koning van het heelal maakte Hij zich klein om ons te redden. Geboren in een voerbak voor dieren, zo begon Hij Zijn leven. Het contrast is net zo groot als donker en licht. Zijn leven en dood geeft ons de hoop op een eeuwig leven in stralend licht.
Op kerstavond, zaterdag 24 december wordt in het Beeklustpark in Almelo een lichtjestocht georganiseerd. Tijdens deze tocht kun je op zoek gaan naar het licht van de wereld. Op een pad verlicht door waxinelichtjes komt u allerlei Bijbelse taferelen tegen over de geboorte van Jezus. Beleef het mee en verwonder je als een kind in het donker van het park over het licht dat naar de wereld kwam!
Ruben Kuiper Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Oktober 2011: De ficus
Sinds januari ben ik de trotse bezitter van een Ficus Benjamina. U kent ze wellicht wel. Een rank boompje met lange, smalle bladeren en de mijne heeft een in elkaar gevlochten stam. Normaliter gedijen ze goed in huis en kun je er veel plezier aan hebben. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik nog nooit geslaagd ben als plantenverzorger en dat ook vetplanten bij mij bij tijd en wijle doodgaan. Voor de duidelijkheid; een vetplant is een plantensoort die nog enige overlevingskans heeft bij een zeer slechte verzorging. Mijn gekregen Ficus vormde dus een uitdaging. In de eerste weken ging het goed, maar dat is niet zo moeilijk. De plant heeft genoeg voeding, water en licht gehad om het een poosje uit te kunnen houden. Na enige tijd begon het zienderogen achteruit te gaan. De blaadjes vielen sneller af dan dat ze bij konden groeien en het stoten van een spelend kind tegen de pot, veroorzaakte een bladerregen. Desondanks overleefde hij het tot de zomer al was de charme er wel een beetje af.
We hadden gepland om de eerste twee weken in augustus op vakantie te gaan en om iemand niet te hoeven belasten met de zorg voor onze planten, hebben we de Ficus buiten gezet. We zouden het wel zien wat er over was gebleven na onze vakantie. Na twee weken ontspannen, waren we blij verrast bij het zien van de conditie van onze Ficus. Het kleine boompje zat vol met nieuwe scheuten en er was een heus bladerdak verschenen in de tijd dat we weg waren. Het warme, vochtige weer in de zomer had hem duidelijk goed gedaan.
De manier waarop ik mijn planten verzorg (of niet verzorg) doet me denken aan de wijze waarop mensen geneigd zijn om zichzelf geestelijk te verzorgen. Er zijn mensen die niet zo bezinnend zijn ingesteld. Ze leven zoals het komt en genieten van de dag. Af en toe geven ze zichzelf wat water en zijn daar tevreden mee. Daarnaast zijn er mensen die bewust leven volgens hun overtuiging. Ik behoor tot de laatste groep. Maar ook in het leven naar mijn overtuiging kan ik een bepaalde wisselvalligheid constateren. Het ene moment ben ik actief met God bezig en zorg ik voor voldoende ‘voeding en licht’, het andere moment leef ik op een klein beetje ‘water’. Het geestelijk plantje blijft wel leven, maar de conditie verschilt van moment tot moment.
Bovenal merk ik dat de neiging om het zelf te doen zo groot is dat ik weleens vergeet dat een plant het beste groeit als het zich ook laat verzorgen. Een plant kan zichzelf niet verzorgen. Jezus zegt in het Bijbelboek Johannes zelfs: ‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen….’ We zijn niet eens een zelfstandige plant (al gedragen we ons vaak wel zo). We zijn als ranken geënt op Zijn stok en ranken kunnen niet zonder de stok groeien. We zijn daardoor ook verzekerd van voldoende voeding. Dit betekent wel overgave, overgave aan Diegene die weet wat wij nodig hebben en ons daardoor laat groeien. Hij laat ons niet verpieteren. Dit geeft rust en vertrouwen.
Inmiddels hebben we de plant weer naar onze kamer verplaats en gaan we een nieuw jaar tegemoet waarin we weer ons best kunnen doen om hem in leven te houden. We zullen zien of we onze les geleerd hebben….
Leonie Kuiper Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
September 2011: Geloven is…
Kent u de kaartjes van “Liefde is…” ? Veel oppervlakkigheden, maar ook veel waarheden. Tijdens één van mijn mijmersessies, alleen, achter het stuur van de auto, kwam de vraag bij mij boven ‘Wat is geloven eigenlijk?’ U kent misschien de catechismus: Geloven is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houdt wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen… O ja, zo uit mijn hoofd. Zo ging dat toen ik 14 jaar was. Toen leerde je het uit je hoofd. Maar ik heb nooit de diepte ervan begrepen tot mijn hierboven genoemde mijmersessie.
Voor mij is geloven, mij vastgrijpen aan Gods beloften ook al zie ik er niks van hier. Geloven is tegen anders ervaren in blijven belijden dat God doet wat Hij belooft! Ik wil graag delen wat ik zoal dacht.
Geloven is…
Als je door een ernstige ziekte weet dat de dood komt, toch belijden: “Als ik mag wonen bij de Allerhoogste, zal het kwaad mij niet bereiken.” (psalm 91:9,10) Als je al jaren het zelfde aan God voorlegt in gebed, maar het gebeurt niet, toch belijden: “Geprezen zij God, hij heeft mijn gebed niet afgewezen, mij zijn trouw niet geweigerd!” (psalm 66:20) Als het elke week weer puzzelen is om te kunnen eten en je kinderen te kunnen kleden, toch belijden: “Ik kijk naar de vogels in de lucht. Mijn hemelse Vader voedt ze. En ik ben meer waard dan zij!” ( Matth. 6:26) Als je staat bij het graf van degene van wie je zoveel houdt, toch belijden:” U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat mij het graf niet zien! U wijst mij de weg naar het leven!" (psalm 16: 10,11) Als je leven beschadigd is door je medemens(en), toch belijden: “Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen, wat kunnen mensen mij doen!” (psalm 118:6)
Ik kan nog heel veel van deze beloften van God noemen. De bijbel was al een rijk en onmisbaar boek, maar nu wil ik steeds weer zoeken naar alles wat God mij belooft. Tegelijk maakt dit mij een beetje bang. Zal ik dit ook allemaal belijden als ik er voor kom te staan? Of zeg ik dan: “ik zie er niks van, dus wat is er eigenlijk van waar?” Vóór mij zijn er gelukkig velen geweest die hoopten op Gods beloften. Lees Hebreeën 11 er maar op na! Abraham, Jozef, Mozes, enz. In vers 39 staat: “Al deze mensen (…) hebben de belofte niet in vervulling zien gaan…”

God heeft de avond, volgend op de mijmersessie een dikke streep onder mijn gedachten gezet. Ik sloeg de bijbel open bij Jakobus 1:12: “Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt de lauwerkrans van het leven, zoals God beloofd heeft aan iedereen die hem liefheeft!”
Dat is nog eens een belofte!
Donatine Luiten
Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Juli 2011: Prioriteiten stellen
Het afgelopen jaar heb ik als juf van groep 7 een kudde van 32 kinderen onder mijn hoede gehad. Dat viel soms nog niet mee, moet ik zeggen. Groep 7 is een druk jaar. De meeste oneven basisschooljaren zijn jaren waar de kinderen veel nieuwe dingen leren. Zo ook groep 7. Naast het vrij pittige niveau van rekenen, taal en spelling hebben ze ook voor het eerst Engels en hebben ze veel verkeerslessen, aangezien ze in groep 7 hun verkeersdiploma hopen te halen. Al met al een vol jaar. Als juf is dat natuurlijk ook wel even aanpoten. Je les staat of valt met een goede voorbereiding, natuurlijk. En daarnaast moet je goed in de gaten blijven houden welke kinderen op hun tenen lopen en welke kinderen de kantjes er vanaf lopen. Dat is sowieso al een aardige klus, maar met 32 kinderen was dan nog wel even wat anders. Lange dagen waren het gevolg. Veel tijd voor je werk, weinig voor jezelf. En nog minder voor vrienden, of een gezellig bezoekje van of aan iemand uit de kerk. Het ging steeds maar weer in golven. De ene week was het allemaal prima te doen en was ik vol van energie, de andere week kwam ik lamgeslagen thuis en had ik meer zin om een potje te janken dan om eten te gaan koken. (Dat is op zich al een teken aan de wand, aangezien ik gek ben op eten!)
Zo aan het eind van het jaar maak ik dan meestal de balans op. Waar ben ik tevreden over? Wat vond ik leuk aan dit jaar? Wat heb ik geleerd? Wat wil ik volgend jaar anders? Constant zeuren dat je nergens tijd voor hebt, omdat je zo druk bent met je werk...is dat de bedoeling? Natuurlijk, het is goed om je werk serieus te nemen. Het past niemand - maar zeker een christen niet - om de kantjes er vanaf te lopen. Maar daar is ook een grens aan. Hoeveel dingen heb ik het afgelopen jaar niet afgeketst, omdat ik er geen energie voor had? Veel te veel, dat is zeker. Ik ben echt wel tevreden met wat ik op mijn werk heb kunnen doen. Ik mag tevreden zijn over de resultaten van de kinderen en - wat nog veel zwaarder weegt - ik heb iets heel moois opgebouwd met deze 32 kinderen. Het zijn voor een jaar "mijn" kinderen geweest en het zal heel vervelend zijn om ze over vier weken te moeten laten gaan. Dus dat is in ieder geval iets.
Maar toch...hoe kan het dat mijn baan zo ontzettend belangrijk is? De tien uur die ik daar dagelijks doorbreng nog aangevuld door het gepieker in het donker, wanneer ik eigenlijk zou moeten slapen. Als ik een top drie zou maken van mijn tijdsbesteding van het afgelopen jaar, komt mijn baan met stip op nummer één. En daarna - het zou me niet verbazen - de televisie. Want aan het einde van een lange werkdag is niets zo heerlijk ontspannend dan met de beentjes omhoog naar domme programma's te staren..... om er na vier uur achter te komen dat het alweer tijd is om naar bed te gaan. Op de lijst van tijdsbesteding zou stille tijd er bekaaid vanaf komen. Snel even bidden voor het eten, de bijbellezing naderhand af en toe zelfs vergetend, en 's avonds - half in slaap - een bijbels dagboekje doorwerken. Kerkdiensten en bijbelstudie waren de enige twee dingen waar ik nog echt de tijd voor nam.
Ik vraag me af hoeveel van ons onszelf hebben wijsgemaakt dat ons werk het meest belangrijk is. We moeten toch geld binnenbrengen? En we willen toch ook laten zien dat we harde werkers zijn? Het feit dat God, maar ook onze families en vrienden, daardoor in het niet verdwijnen zien we soms niet eens meer. En dan is op zondagochtend het bed ook wel weer heerlijk warm en zacht. En de finale van Wimbledon op de BBC toch wel iets interessanter dan droog stukje preek...
Maar misschien spreek ik alleen voor mezelf. Ik merk zo aan het einde van het seizoen dat ik mijn prioriteiten drastisch moet veranderen. En nee, veranderen dat kan ik niet alleen. Het zou ook naïef zijn om te denken dat ik - na een heel jaar daarin gefaald te hebben - er nu wel even wat verandering in aan kan brengen. Nee, ik moet mijn leven in Gods handen leggen. Ik moet leren Hem te kennen in mijn beslissingen. Om steeds weer te bedenken "Hoe zou Jezus dit hebben aangepakt?". Ik weet zeker: Hij zou op zijn werk de kantjes er echt niet vanaf lopen! Maar Hij zou zich ook niet richten op maar één ding. En dat zien we ook in de Bijbel. Jezus wist als geen ander prioriteiten te stellen. Hij had een prachtige balans tussen preken, praktisch werken, gezelligheid en stille tijd. Die balans, daar zouden wij allemaal een voorbeeld aan kunnen nemen!
Neem mijn handen, maak ze sterk, trouw en vaardig voor Uw werk. Liedboek, gezang 473
José Lourens Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Mei 2011: Feest!
De tijd van de feestdagen is weer aangebroken en menigeen is blij met af en toe een vrije dag of een vakantie in het vroege voorjaar. Vooral als de temperatuur de eerste tekenen van het voorjaar laten zien, de natuur weer wakker wordt en het zonnetje te voorschijn komt, zijn we blij met de onderbrekingen in ons dagelijks ritme.
Ik moet terugdenken aan één van de feestdagen, nog niet zo lang geleden. Het is nog vroeg in de morgen als we op de fiets stappen. De zon is al een poosje op, de vogels kwetteren buiten en het beloofd een mooie dag te worden. Er is weinig beweging op straat; af en toe rijdt er een auto ons voorbij of zien we een enkele fietser ons tegemoet komen. Het is een zondagochtend als alle andere. Toch staat de stilte van deze morgen in schril contrast met de blijdschap die ik van binnen voel. Het is Pasen! Na de weken waarin het lijden en sterven van Jezus centraal heeft gestaan, met als dieptepunt (of hoogtepunt) zijn dood aan het kruis, is dit een ochtend waarin er weer feest gevierd mag worden. Toch lijken er maar weinig mensen bereid te zijn om het feest bij te wonen en ik bedenk me dat ikzelf ook iemand had kunnen vragen om met ons mee te gaan. Samen met ongeveer 600 mensen van klein tot groot, vieren we deze ochtend in de kerk feest. Feest omdat Jezus de dood overwon, er een God is die naar ons omziet en ook wij verder leven na onze dood op aarde.
Een paar dagen later is het Koninginnedag. We doen het, net als de meeste anderen, rustig aan. Na een beetje uitslapen (voor zover dat kan met kinderen) en een ontspannen ontbijt, vertrekken we naar vrienden om Koninginnedag door te brengen. De televisie doet een flink gedeelte van de dag verslag van de Koningin die een bezoek brengt in het zuiden van het land. De steden zijn versierd, de vlaggen hangen buiten en de mensen zijn uitgelaten en vrolijk. Tegen de middag vertrekken we naar de binnenstad om te scharrelen op de rommelmarkt. De oudste heeft de inhoud van zijn spaarpot meegenomen en we kijken goed rond om felbegeerde knikkers te scoren. Het is een gezellige drukte in de stad en het weer draagt daarin ook een steentje bij. De mensen zijn in opperbeste stemming en voor een paar euro sleep ik met steeds meer zware knikkers en nieuwe rommel in de hoop dat we dat thuis nog ergens kwijt kunnen. Aan het einde van de dag sluiten we af met een barbecue (en zo te ruiken waren we zeker niet de enigen) en keren met vermoeide kinderen en de verworvenheden huiswaarts. Samen feest vieren schept een band en er zijn veel mensen die genieten van Koninginnedag en de Koningin een warm hart toedragen.
Het zet me aan het nadenken. Hoe kan het dat we de feestdag van de hemelse Koning maar met een handjevol mensen vieren, terwijl we de feestdag van onze Nederlandse Koningin vieren met bijna heel het volk? Zijn onze eigen feestjes hier op aarde belangrijker dan de dagen waarin God ons wil herinneren aan wat hij voor ons heeft gedaan? We feest mogen vieren omdat we weten dat het nog veel mooier wordt? Of zijn de personen voor wie we feest vieren geliefder dan een God die veel mensen niet meer kennen?
Het doet me denken aan een gelijkenis uit de Bijbel. Het hele verhaal staat in Matteus 22, vers 1-14.
‘Jezus vertelde hen een gelijkenis. Het is met het koningrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’”. Maar ze negeerden hen en vertrokken, de één naar zijn akker, de ander naar zijn handel…’
En U? Wat viert u met Hemelvaart en Pinksteren? Wat doet u met de hemelse uitnodiging om feest te komen vieren? Dit misschien?
Leonie Kuiper Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
April 2011: grote schoonmaak
Een tijdje geleden keek ik het tv-programma ‘verslaafd aan verzamelen’. In dit programma wordt hulp geboden aan mensen die zoveel rommel om zich heen hebben verzameld dat de vloer en de meubels vaak niet meer zichtbaar zijn. Huizen worden gevuld met impulsaankopen of met een compleet uit de hand gelopen hobby. Onvoorstelbaar, dacht ik, hoe kun je het zover laten komen? Je ziet toch zelf ook wel dat je zo niet kunt leven? Het is erg onhygiënisch, zeg maar smerig. Ook het leidt tot grote eenzaamheid want uit schaamte wordt vaak niemand meer in het huis toegelaten. Gooi al de rommel die je absoluut niet nodig hebt toch gewoon weg, zo moeilijk is dat toch niet?
Hoofdschuddend keek ik verder. Om tot echte hulp te kunnen komen waren een aantal therapeutische gesprekken nodig voordat er aan een grote schoonmaak kon worden begonnen. Uit deze gesprekken bleek dat de deelnemers aan dit programma stuk voor stuk hun verzamelwoede waren begonnen door grote pijn uit hun verleden. Vaak het verlies van een dierbaar persoon uit de direct omgeving. Het niet kunnen verwerken van deze pijn speelt een belangrijke rol in deze verzamelwoede.
Enigszins met schaamte over mijn snelle oordeel bedacht ik dat mensen niet als hamsters worden geboren, maar dat de rommel een symptoom is van iets anders.. En verandering is ook zeker mogelijk. Met behulp van personal organizers moeten alle spullen stuk voor stuk beoordeeld of ze kunnen worden weggegooid, weggeven of moeten worden bewaard. Fantastisch om de opluchting te zien als het huis weer een thuis kan worden. Met een mooi opgeruimd huis kan dan ook een stuk eigenwaarde weer langzaam worden opgebouwd. Hoewel ook deze verslaving altijd een valkuil zal blijven vergeet ik nooit meer de geweldige glimlach van een man die vertelde dat hij voor het eerst in jaren weer in z’n bed kon slapen.
Zou dit mij ook kunnen overkomen? Nee dat denk ik niet. Ik heb echt niet alles perfect op orde, maar ik geloof niet dat dit me zal overkomen. Echt niet? Wees eens eerlijk, vraag ik mezelf af. Nu ik er over nadenk, vermoed ik dat ik er toch een puinhoop van maak. Niet in mijn huis, maar in mijn hart. Als ik heel eerlijk ben zou ik mensen liever niet in mijn hart laten kijken. Stel je voor dat mensen al je gedachten en gevoelens konden zien? Dat is niet echt een geruststellend idee. In mijn hart verzamel ik ook spullen en niet echt alleen maar mooie dingen. Nee ik doe liever het licht uit en mijn deur op slot.
Ik zou me doodschamen voor wat je er zou zien. Liever doe ik zelf ook mijn ogen dicht. Ach het went wel, denk ik soms, na een tijd valt die rommel niet eens meer op. En ondertussen verzamel ik steeds meer rommel in mijn hart. Niet eens waardevol, nee ik weet zelfs dat het niet goed voor me is. Zou ik het eigenlijk weg kunnen gooien? Ik weet het niet, ik probeer soms mijn leven te beteren, maar die verlangens, hebzucht, jalousie, boosheid, lelijke woorden blijven komen. Soms koester is ze zelfs, zoals een mooie verzameling. Toch maakt me dit ook eenzaam. Want mijn hart is niet een echt thuis. Geen huis vol leven, waar je mensen kunt uitnodigen en je mooie huis kunt laten zien en samen ontspannen kunt eten en drinken.
En als God op de deur van mijn hart klopt? Zal ik opendoen? Wat zal ik zeggen? ‘Let maar niet op de troep hoor!’ Weet Hij het wel zeker dat Hij bij mij wil komen eten? Moet Hij niet bij iemand anders zijn? Nee, Hij roept zelfs: ‘Ruben, ben je thuis?’
‘Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij’. Openbaring 3:20
Het is bijna Pasen, de tijd waarin Christenen vieren dat Jezus uit de dood opstond en met al onze zonden heeft afgerekend. Hij heeft de afvoer van de rommel als het ware betaald en een container voor je huis gezet. Tijd voor de grote schoonmaak? Komt U mij alstublieft helpen!
‘Leg uw last op de Heer en hij zal u steunen’ Psalm 55:23a
Ruben Kuiper Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Maart 2011: Verhuizen
Chaos in mijn appartement. Een verhuizing in volle gang. Overal dozen, half uit elkaar gehaalde meubels, spullen die uit kasten zijn gehaald... kortom een grote rotzooi. Tijdens het inpakken besef ik ineens hoeveel spullen ik eigenlijk heb. Niet alleen gooi ik nooit rommel weg (een vervelende hamstergewoonte), maar daarnaast ontdek ik ook hoeveel spullen ik zelden gebruik. Of wat ik dubbel heb. Een kar vol naar de kringloop, een tweede naar het grofvuil. Opruimen.
Dan opeens schiet mij een email te binnen. Eén van die doorstuurmails, die ik meestal ongeopend weer uit mijn mailbox verwijder. Maar deze komt van een bekende, die aangeeft dat hij de moeite van het lezen waard is. Misschien hebt u hem ook al gezien; een PowerPoint presentatie waarin de wereld vergeleken wordt met een dorp van honderd inwoners. Hoeveel procent zou werkloos zijn? Hoeveel procent dakloos? Hoeveel procent lijdt honger? Wat blijkt? Als ik een bankrekening heb en een dak boven mijn hoofd, behoor ik tot de 8% rijkste mensen in de wereld!
Tja. Daar zit je dan te mopperen over de dure verf van de bouwmarkt, die je toch echt nodig hebt om je appartementje leefbaar te maken. En daar zeur je dan over je tegenvallende salaris, waarvan je deze maand maar één keer lekker kon shoppen...
Het is goed om jezelf en je leven eens tegen het licht te houden. Hoe vast zit ik eigenlijk aan de materialistische dingen? Hoeveel waarde hecht ik er aan? Hoe ga ik om met wat me is gegeven? Waar gaat het nu eigenlijk om in het leven? Word ik gelukkig van alle spullen die ik heb? Natuurlijk kan ik enorm blij zijn met bepaalde spullen die bezit. Maar als ik terugdenk aan momenten waarop ik écht gelukkig was, dan hebben die niets te maken met spullen die in mijn huis staan. De momenten die tellen hebben altijd te maken met mensen om me heen en met mijn relatie met God. In de chaos van mijn appartement, moet ik tot de conclusie komen dat ik juist daarom niets te klagen heb. Natuurlijk, ook met een bankrekening, maandelijks inkomen en een dak boven mijn hoofd zijn er echt wel zorgen. Realistische zorgen, ook. Maar toch is het heerlijk verhelderend om te zien hoe rijk gezegend ik mag zijn. Hoe onbelangrijk en nutteloos een huis vol spullen eigenlijk is. En dat maakt delen van mijn rijkdom uiteindelijk ook zoveel makkelijker. Ik besef dat alle spullen om me heen en het dak boven mijn hoofd van God komen. Hem toebehoren. Ik krijg veel meer dan ik nodig heb. Teruggeven aan God, door aan de mensen te geven, gaat een stuk makkelijker als je eerst beseft rijk je eigenlijk bent.
En zo, zittend tussen de dozen op een bank vol met troep, mag ik mijn leven opeens in het juiste perspectief zien. Wie had gedacht dat er zoiets moois kan voortkomen uit een stressvolle verhuizing...?
José Lourens Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Februari 2011: navigatie
‘Neem de afslag, daarna rechtsafslaan…’ Sinds kort heeft mijn vrouw een, zoals zij het noemt: ‘Truus’. U weet wel zo’n navigatiesysteem voor de auto.  Echt reuze handig zo’n ding, zij brengt je overal naar toe. Als je ergens naar toe moet waar je nog niet eerder bent geweest is, is Truus een uitkomst. Je typt de bestemming in en ze wijst je de weg. Geen gedoe met een kaart in de auto, geen geruzie in de vakantie over de kaartleeskwaliteiten van je echtgeno(o)t(e), heerlijk.
Logisch Soms zijn de routes van Truus heel verrassend. Voor je het weet rij je in plaats van een hoofdweg op een klein weggetje, in ‘the middle of nowhere’. En hoewel het vaak heel leuke weggetjes zijn, heb ik menigmaal getwijfeld of ik wel op de tijd op plaats van bestemming terecht zou komen. Gelukkig weet Truus de weg.
‘Nu keren alstublieft’ Ja eerlijk gezegd ben ik soms toch wat te eigenwijs voor een navigatiesysteem. Als ik denk dat een andere route, korter of sneller is, dan luister ik niet naar Truus, dan ga ik lekker mijn eigen weg. Fantastisch is dat als je zelfvoldaan je eigen weg gaat met op de achtergrond de stem van Truus: ‘Nu keren alstublieft’ Ja er zijn momenten dat Truus maar even moet slikken en na een kilometertje de moed opgeeft om mij op andere gedachten te brengen. Meestal ‘accepteert’ ze mijn route vrij snel en pikt daar de draad weer op.
Inpakken en wegwezen Soms zou het handig zijn een levensnavigatie te hebben. Toets je bestemming in: gewenste baan, gewenste burgerlijke status, gewenst huis, enz. Kies dan uit de gewenste route: snelste route, minst fysieke inspanning, vermijd hoge belastingen. Ik zie het al hemaal voor me. Uw systeem geeft aan: “verkoop over 2 weken je huis bij makelaar X, die heeft klanten die graag uw type huis willen kopen in deze buurt. Bij bank Y kunt u het best een hypotheek afsluiten. Neem dan een spaarhypotheek met een rentevast periode van 5 jaar. “
Eigen keuzes
Net zoals het goed is een navigatiesysteem soms te negeren of uit te zetten om zelf je route te bepalen, is het ook goed dat we zelf keuzes kunnen maken in ons leven. Hoewel we allemaal wel eens verkeerde keuzes maken is zal niemand een gadget willen die ons precies verteld wat we moeten doen. Aan de andere kant is het zeker niet gek om na te denken over de bestemmingen die je in dit systeem zou willen invoeren. Hoe vaak maken we niet impulsief keuzes en denken we nauwelijks na over ons doel of motief.
Volgen God plaatst de keuzes die we maken in een groter perspectief. Hij geeft de mogelijkheid voor een eeuwig leven vol geluk met Hem. De bijbel is hierbij het navigatiesysteem dat Hij geeft. Het is geen systeem die altijd bij iedere kruising zegt of je links, rechts of rechtdoor moet, maar die je vraagt om Jezus te volgen.
‘Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’ Joh 4:6
Vertrouwen In dit geval zijn er geen ‘meerdere wegen die naar Rome leiden’. Daar is de bijbel heel helder in. De route gaat soms via ‘the middle of nowehere’ en ook klinkt er regelmatig: ‘nu keren alstublieft’ als je de verkeerde kant op gaat. Zoals Truus de wegenkaart van Nederland beter kent dan ik, kent de Schepper van het leven de weg naar het leven ook beter dan ik. Daar kan ik op vertrouwen.
Ruben Kuiper Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Januari 2011: Een vergeten cadeau
Het is januari 2011 en de feestdagen liggen achter ons. Nog even staan we stil bij het nieuwe jaar, maar dan gaan we weer over tot de orde van de dag. Er zijn mensen die intens genieten van de gezelligheid, bij elkaar zijn en elkaar verwennen. Er zijn mensen die opgelucht adem halen als januari zich eindelijk aandient. De feestdagen kunnen, ondanks alle “glitter en glamour” minder mooi zijn dan dat we zouden willen.
Wellicht bent u in de gelegenheid geweest om voor sinterklaas of kerst cadeautjes te kopen voor uw partner of kinderen. Veel mensen doen moeite om een mooie cadeau uit te zoeken voor hun dierbaren. De winkels liggen vol en in de speelgoedwinkel staan de mensen rijen dik te wachten bij de kassa.
De meeste ouders hebben wel ideeën waarmee ze hun kinderen kunnen verrassen en het idee van een sinterklaas die cadeautjes uitdeelt houden ze graag in stand. En als u cadeautjes heeft gekocht voor uw kinderen, weet u nog hoe blij ze ermee waren? Grote ogen, blije gezichten en niet kunnen wachten totdat het helemaal uitgepakt is? Inmiddels zijn we een paar weken verder. Maar hoe is het nu met het enthousiasme over de cadeautjes bij uw kinderen of uzelf? Hoe blij we ook zijn, meestal wordt het enthousiasme geleidelijk minder en vergeten we over een tijd wat we gekregen hebben. Ook kinderen kunnen intensief met iets nieuws spelen, maar na verloop van tijd ligt het vergeten in de kast of onder het bed.
Verveling, we hebben er allemaal last van en er is geen enkel medicijn tegen. Als we met elkaar blijven zoeken naar aardse voldoening, is er geen enkele remedie voor. We vieren met kerst feest omdat we er aan denken dat Jezus geboren werd en naar deze aarde kwam, hoewel de invulling van de kerstdagen in de afgelopen jaren veranderd is. God gaf zijn zoon zodat wij bij hem mogen komen, bij hem mogen horen. Hij geeft ons met kerst een cadeau. God vindt ons, ondanks alles, waardevol omdat hij ons door Jezus kan zien zonder gebreken. Hoe mooi zijn we als we alle onhebbelijkheden niet meer zouden hebben? Hoe mooi zou deze aarde zijn, zonder alle ellende die er nu is? Een ogenschijnlijk klein cadeautje dat in de vergetelheid geraakt is, ergens weggestopt onder een kerstboom met lampjes. Maar als we naar dit cadeautje kijken, het aannemen en uitpakken, dan hoeven we het niet te verwachten van alle andere cadeaus op deze aarde. Want dan weten we dat we op een dag, zonder verveling, bij God kunnen genieten van al het goede wat er is. Dit is het enige cadeau waar ik echt enthousiast over blijf!
Leonie Kuiper Reageren?:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
|