Hoofd menu
imageimageimageimage

Onder de titel ‘Bella Vista’, vindt u maandelijks een nieuwe column met verrassende vergezichten op het leven van alle dag. Door even stil te staan, dingen in een ander licht te plaatsen, kan het perspectief ineens veranderen en worden nieuwe contouren zichtbaar. Bella Vista betekent letterlijk ‘mooi uitzicht’ Dat is dan ook wat we in deze column graag willen doen: een mooi uitzicht schetsen.

December 2013: Racisme


Sinterklaas is gekomen en gegaan wanneer ik dit schrijf. En daarmee lijkt de discussie over de Zwarte Piet ook wat gestild. Ik volg het nieuws niet zo heel erg, dus toen ik voor het eerst hoorde van die discussie was ik wat verbaasd. Gedeeltelijk omdat ik niet goed begreep waarom daar nu pas aandacht voor werd gevraagd (tenslotte hebben wij al decennia lang onze blanke Sinterklaas met zijn zwarte knechten) en gedeeltelijk omdat ik ervan versteld stond dat deze zaak zelfs de Verenigde Naties had bereikt. Ik moet bekennen dat ik eerst dacht dat het een grapje was. Nu zijn ze enorm in mijn aanzien gedaald. Oorlogsmisdaden, armoede, kredietcrises…en de VN praat over de Zwarte Piet. Het kon een leuke 1 april grap zijn.

Daarna het nieuws over het overlijden van Nelson Mandela. De beelden van Zuid-Afrika tijdens de apartheid golfden weer over het televisiescherm. Ver van ons bed? Misschien. Maar als ik in mijn groep 8 vertel over de Tweede Wereldoorlog en ze bordjes met ‘Voor Joden verboden’ zien, reageren zij meteen zoals wij allemaal, met dezelfde afgunst en hetzelfde onbegrip. Wie doet nu zoiets? Dus ik hoop dat het niet al te ver van ons bed staat en we ons daar nog steeds boos over kunnen maken.
Het valt niet te ontkennen dat Nelson Mandela een geweldig voorbeeld was van hoe je bruggen slaat. Hoe hij betekenis gaf aan het woord samen. Geen haat, maar liefde. Geen verwijdering, maar toenadering. Bruggen slaan tussen verschillende culturen, tussen verschillende rassen.

Oké. Terug naar Zwarte Piet. Het is maar de vraag of daar ooit racistische redenen achter zaten. Ik denk het niet. Net zo min als er discriminerende redenen zitten achter de Kerstman en zijn, wel erg op dwergen lijkende, elfen.
Maar toch, valt het niet te ontkennen dat racisme zich diep in ons denken heeft vast gebeten. Blank en zwart, er is verschil. In heel veel landen, waaronder ook de onze.
Denk maar eens aan plaatjes en films over Jezus. Negen van de tien keer wordt Jezus afgebeeld als een blanke man, met prachtig golvend bruin haar en een keurig getrimd ringbaardje.
Een blanke man…?
Jezus was een Israëliet. Hij was dan misschien niet zwart, maar zeker ook niet blank.

Ik zag ooit een programma op Discovery Channel waar een team mensen ging onderzoeken hoe Jezus er naar alle waarschijnlijkheid had uit gezien. Ze gebruikten alle gegevens die ze hadden. De tijd waarin Jezus leefde, het gebied, zijn familielijn, leeftijd…noem maar op. De reconstructie die ze uiteindelijk bouwden leek niet veel op het plaatje waar we inmiddels zo aan gewend zijn. Als u hiervan een filmpje wilt zien, klik dan op deze link. Dan kunt u het zelf zien.
Dat maakte me wel aan het denken. Wij willen blijkbaar graag dat Jezus blank was en het liefst ook vrij aantrekkelijk.
Waarom?
Ik durf niet te beweren dat we met ons beeld van Jezus racistisch bezig zijn, maar toch steekt het wel een beetje. De enige mens die zonder zonde was, degene die ons gered heeft uit een leven van dood…dat moet wel een blanke zijn! Best wel arrogant, niet?
Goed, misschien loop ik te hard van stapel. Maar alles bij elkaar opgeteld krijg ik toch het idee dat we het moeilijk vinden om over onze grenzen heen te kijken. Misschien zijn we niet uitgesproken racistisch (en wie van ons zou dat over zichzelf willen zeggen?), maar zien we mensen die anders zijn dan wij echt als gelijk aan onszelf? Zijn we bereid bruggen te slaan tussen onze verschillen, daadwerkelijk van elkaar te leren en samen voor Hem te leven?
Ik hoop het!

We hoeven echt niet allemaal een Nelson Mandela te zijn, maar laten we altijd verder kijken dan verschillen. Niet alleen verschillen in huidskleur, maar ook verschillen in tradities, gewoontes, uiterlijk, mogelijkheden. Hoe snel veroordelen we anderen niet? Hoe gemakkelijk zetten we onszelf niet op de eerste plek…en dan pas al die anderen.
Verschillen vallen altijd op. Om overeenkomsten te vinden, moet je goed kijken. Moet je je best doen.
Dat deed Jezus ook. Hij at met tollenaars, sprak met Samaritanen, raakte melaatsen aan. Hij keek niet naar verschillen. Hij zag bij iedereen het werk van Zijn Vader. En dat ziet hij nog steeds. Wij zijn allemaal kinderen van Hem. God heeft over elk van ons nagedacht; hoe we eruit zien, hoe we zijn, waar we goed in zijn en waarin niet.
Elk van ons. Geen uitzonderingen.
God houdt van Zijn kinderen. Hij wil ons met Hem én met elkaar verbinden.
Zou ik hem dan in de weg staan? Of zet ik mijn gevoelens en vooroordelen opzij en zoek ik – zelfs al kost dat veel moeite – naar die overeenkomst, die samenbindende liefde van God?

Wat doet u?


‘Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen over vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’
Galaten 3: 26 en 28

José Lourens
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

November 2013: Die ene zeester

Al enige jaren werk ik in met ouders en hun kinderen die het om verschillende redenen in de opvoeding niet zelf redden. De oorzaak van problemen is divers. Soms is er sprake van een beperking bij ouders en/of de kinderen, soms hebben ouders niet voldoende kennis en vaardigheden en soms veroorzaakt de combinatie van verschillende problemen een disbalans. Echtscheiding, schulden of het ontbreken van een ondersteunend netwerk, werk of een andere zinvolle dagbesteding zijn veel voorkomende problemen. Het kan zijn dat die problemen zoveel tijd en energie vragen, dat er geen ruimte meer is voor het opvoeden van de kinderen.
En zo komen er per jaar heel wat ouders en kinderen in de knel. Gelukkig zijn er veel ouders die na een periode van ondersteuning weer zelf verder kunnen. Dat is natuurlijk het mooiste van mijn werk. Daarnaast zijn er ouders die regelmatig enige vorm van hulp nodig hebben om het gezin in goede banen te leiden en dan zijn we blij als we voldoende ondersteuning kunnen realiseren.

De problemen die we in Nederland tegenkomen zijn meestal van een andere aard of intensiteit dan in niet-westerse landen. Uit een onderzoek van Unicef in 2013 komt naar voren, dat Nederlandse kinderen het gelukkigst zijn van de hele wereld. Ook in onderzoeken waarin het geluk van de mensen wordt bepaald, staat Nederland op een vierde plaats. Dit betekent niet dat we ouders en kinderen die het in Nederland moeilijk hebben in de kou moeten laten staan! Wel helpt het ons om te kunnen relativeren.

In andere delen van de wereld zien we andere problemen. Het accent ligt daar niet zozeer op de opvoeding maar op de eerst noodzakelijke levensbehoefte van ieder mens. Hoeveel ouders en kinderen hebben te malen met ziekte, armoede, onvoldoende voedsel of uitbuiting? Het is verdrietig om te zien hoeveel kinderen er beschadigd worden door toedoen of nalatigheid van volwassenen. De hoeveelheid kinderen in kwetsbare situaties kan ons moedeloos maken.

Vandaag kreeg ik een kaart van een echtpaar dat al enige tijd een gezin via mijn werk ondersteunt. Er stond een treffend verhaaltje op de voorkant:

"Het tij had duizenden zeesterren op het strand gespoeld. Ze zouden onherroepelijk omkomen eer de vloed hen weer bereikte.
2013-11-zeesterEen jongetje pikte zeesterren op en gooide ze één voor één weer terug in het water. "Waarom doe je dat?", vroeg een oude man. "Het strand is kilometers lang. De meeste komen toch om. Wat voor verschil maakt het om er een paar te redden?" Het jongetje keek naar de spartelende zeester in zijn handen en zei: "Nee, voor de meeste maakt het niets uit, maar voor deze zeester wel." En hij gooide hem terug in zee."

Dit verhaaltje doet me des te meer beseffen dat we de problemen van de hele wereld niet kunnen oplossen, maar dat we wel verschil kunnen maken door mensen om ons heen te ondersteunen of iets extra's te doen voor mensen die ons pad kruisen.

Hoe treffend staat dit ook in Mattheüs 25:31-40:

"Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: "Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe." Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: "Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?" En de koning zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan."

Zo vraagt God niet van ons op de hele wereld op onze schouders te nemen maar , maar wel om Hem te dienen door naar een ander om te zien, één voor één, stuk voor stuk.

Leonie Kuiper

Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Oktober 2013: Angel


Soms heb je van die momenten dat je diep wordt geraakt door wat iemand zegt of schrijft. Je wordt gestoken door een angel en de betekenis van de boodschap raakt je tot in je ziel. Dat overkwam mij vandaag.

Dagelijks zit ik ‘s morgens om 7:00 uur in de trein van Almelo naar Hengelo. Soms een trein later als ik wat minder snel mijn bed uit ben, maar over het algemeen houd ik er een redelijk vast ritueel aan over. Een van de dingen die ik altijd doe, is een gratis krantje meenemen in de trein. Ik blader ‘m eerst door en lees dan, meestal met belangstelling, de column van die dag. (Hoe kan het ook anders?) De column van vandaag in de metro heeft mij diep getroffen.2013-10-Angel1

De columniste van vandaag Elfie Tromp schrijft in haar column (http://www.metronieuws.nl/columns/angel/SrZmji!AXfPhjTRjgkZk/) over de dood van haar lerares van haar schrijfopleiding in Utrecht. Opvallend is de openheid waarmee zij schrijft over haar gevoelens over de dood van haar lerares. Zij schrijft over haar bewondering en haar gemis. Gemis van een bijzondere persoonlijkheid die ze bewondert. Hoe herkenbaar is dat gemis! Iedereen begrijpt dit gemis en de pijn die dat veroorzaakt.

Maar dan komt het. Ze schrijft: ”Ik wou dat ik hier iets troostends kon schrijven over de dood. Iets over dankbaarheid. Maar ik zou niet weten hoe. Ik worstel met de woorden, want niks neemt die angel weg als ik aan haar denk.”

En dat is precies wat mij raakt. Schrijven over gemis is bewonderingswaardig, maar schrijven over je onvermogen om iets troostends te kunnen schrijven over de dood, in een landelijke krant, dat raakt me diep. Wat mij betreft is dit een onderwerp waar een groot taboe op ligt. Elfie schrijft zeer treffend over de angel van de dood. Deze angel die haar pijn veroorzaakt. Ik herken de woorden over gemis maar al te goed. Gemis en pijn die ik dagelijks met me meedraag als ik denk aan mijn dochter die bijna 5 jaar geleden overleed. De lege plek, in mijn hart en in huis, die niet wordt opgevuld.

En toch is er een verschil, de angel van de dood kan mij geen pijn meer doen. Ik voel gemis, maar geen verslagenheid. Ik voel pijn, maar geen machteloosheid. Mijn dochter is niet meer hier bij ons, maar ik weet dat haar leven niet voor niets is geweest. Haar leven gaat door, niet hier maar bij God en eens zal ik haar terug zien. Daarom heb ik ook 2013-10-Angel2reden genoeg voor dankbaarheid, dankbaarheid voor Jezus, die de dood heeft overwonnen en de dood zijn angel heeft ontnomen.

‘En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.’ 1 Korintiërs 15:54-58

Ons leven eindigt niet met de dood, maar ons leven mag een leven zijn vol verwachting. De bijbel vergelijkt het met een bruiloft. Welke bruid wacht niet in spanning op haar bruiloftsdag? Zo, mogen wij mensen de bruid zijn van Jezus Christus. Ons leven mag dan ook in het teken staan van de verwachting op deze bruiloft en dat is iets om naar uit te zien. Deze verwachting wordt prachtig bezongen in een lied van de band ‘The city harmonic’: http://www.youtube.com/watch?v=_B0-ll_T7f8

De angel is er nog steeds, dat blijkt wel uit de column van Elfie. Laat je echter niet pijnigen door deze angel, maar laat hem vakkundig verwijderen!
Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

September 2013: Wraak

 

Afgelopen week zat ik in de auto naar huis. Ik rij dagelijks van Almelo naar Hardenberg en weer terug, over de N36. Een prima weg. Lekker honderd rijden, als er tenminste geen vrachtauto voor je zit. En soms, als de weg lekker vrij is, nog een beetje harder.
Net voorbij Beerze – richting Almelo – heb je een heuvel; misschien kent u het. Daar mag je niet inhalen. Logisch ook, je hebt nauwelijks zicht en mag het eerste stuk nog maar zeventig. Toen ik afgelopen week op dat stuk reed, zat er een dikke BMW achter me te drukken. Hij was al kantje boord achter me ingevoegd, net voor een aankomende vrachtwagen. Misschien te begrijpen dat hij daar niet achter wilde zitten, al had ik het idee dat de vrachtauto op de rem moest voor hem. Niet erg netjes. Voor mij reden ook een aantal auto’s; echt doorrijden zat er op dat uur niet in. En die BMW maar drukken, alsof ik sneller kon. En steeds maar naar de middenstreep (doorgetrokken, natuurlijk) om te proberen er langs te gaan. En tenslotte, op dat onoverzichtelijke stuk, toch nét even er voorbij. Om vervolgens de rest van de weg voor me te rijden. Misschien is het zo iemand die met zijn flinke auto niet achter zo’n rottig Micraatje wil rijden. Begrijpelijk? Misschien. Maar inhalen op zo’n onoverzichtelijk stuk en dan vervolgens gewoon achter de meute aan te rijden…daar kan ik echt pissig van worden. Dan zit ik te schelden en te gebaren (ik ben misschien niet zo’n heel geduldige chauffeur…) vanwege die stomme en vooral gevaarlijke actie.
Herkenbaar?
Zit u dan net als ik te fantaseren dat er net een politieagent ergens staat, of rijdt, die zo’n vent dan op de bon slingert? Wat een heerlijk gevoel zou dat zijn!
Gerechtigheid!
Mensen die verkeerde dingen doen – en vooral ons verkeerd behandelen – willen we liever niet ongestraft laten gaan.
Gerechtigheid.
Toch?

Ik hoorde een poosje terug over een stel gevangenen die in hongerstaking zijn gegaan om te protesteren tegen de manier waarop zij en andere gevangenen behandeld worden. Dat geldt dan vooral voor de mensen die lang opgesloten worden in the hole, een isoleercel, in eenzame opsluiting. 2013-09-prisoner-s
Deze gevangenen werden op hun protest hard aangepakt. Enkele gevangenen werden door de bewakers onder druk gezet en overtuigden de andere gevangenen hun protest op te geven. En iedereen die met het protest had meegedaan, werd gestraft – soms behoorlijk streng.
Veel gevangenbewaarders, zo hoorde ik, hebben geen geduld met of liefde voor de gevangenen.
En terecht, zou u kunnen denken.
Pak ze maar aan! Zo’n crimineel komt toch niet voor niets in een isoleercel terecht? En een moordenaar die protesteert…daar heb je toch zeker geen geduld mee?
Stel je voor. Iemand die het leven van een ander op de meest gruwelijke wijze heeft genomen, gaat klagen over de manier waarop hij behandeld wordt. Het moet niet gekker worden!
Geen wonder dat veel bewakers hard zijn, ongenadig misschien. Dat hebben die mensen wel verdiend. Als je verkeerde keuzes hebt gemaakt, met de meest afschuwelijke gevolgen voor onschuldige burgers, dan moet je de straf ervoor dragen.
Gerechtigheid!

En dan toch maar de vraag: is dat gerechtigheid…of wraak?
Is de gerechtigheid niet al geschiedt in de rechtszaal? Door de uitspraak van de rechter, waarmee deze persoon in de gevangenis is beland? Dat was gerechtigheid. Vrij van emoties, het bestraffen van de misdaad.
Maar die bewaker die de gevangene het leven zuur maakt, elke dag opnieuw, is bezig vanuit zijn emoties. Hij verafschuwt waarschijnlijk de misdadiger die hij elke dag tegenkomt. Hij is uit op wraak. Hij handelt ten diepste vanuit haat. Want wraak is er op uit om de ander kapot te maken.

Wraak.
Dat woord is niet zo populair. We weten allemaal dat het koesteren van wraak niet mooi is. Maar toch sluipt het ook ons leven binnen.
Als we horen van gevangenen die door de bewakers worden aangepakt en stiekem denken: goed zo!
Als we horen van ondervragingstechnieken bij het zoeken naar terroristen en stiekem denken: doe maar wat nodig is!
Als we iemand voor ons op de weg hebben rijden die de regels breekt en stiekem denken: pak z’n rijbewijs maar af, straf hem maar goed!
Emoties sluipen ons beoordelen binnen. Dat kan ook bijna niet anders. Het moeilijk om de misdaad los van de mens te zien. En toch leren wij iets anders van Jezus. Hij laat het zien in heel zijn optreden: wat een mens doet is niet hetzelfde als wat een mens is. Jezus kan oprecht boos of verdrietig worden van wat wij elkaar aan doen. Reken maar dat hij moord verafschuwt! Maar Jezus blijft van de mensen houden. Hij zoekt hen op en geeft hen een nieuwe kans. Keer op keer. Omdat we Gods kinderen zijn.

Het mooie – en meteen ook het moeilijke – is dat Jezus die liefde ook van ons vraagt. Niet alleen te houden van en te zorgen voor mensen die we aardig vinden. Maar voor iedereen. Ik denk aan die bekende uitspraak van Jezus: ‘Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ (Mattheus 25)
Daar noemt Jezus geen bepaalde misdaad. Bijvoorbeeld dat je alleen mensen moet opzoeken die een kleine misstap hebben begaan, maar dat je de moordenaars links moet laten liggen.
Nee; gevangenen. In al z’n algemeenheid.

Wraak.
Toch ook wel voor te stellen dat je daar naar op zoek bent. Stel je eens voor dat iemand een geliefde van je vermoordt. Hoe zou je die wraak kunnen veroordelen?
En toch…
Wraak vreet je op. Die frustratie in mijn auto op de N36, daar word ik nu niet bepaald vrolijker van. Dan kom ik woest thuis en kan mijn dag verpest zijn. En dan zie ik een kant van mezelf die ik eigenlijk helemaal niet fijn vind. Wraak blijft in je hoofd zitten, het kan je leven gaan beheersen.
Je vergeet dat je te maken hebt met mensen. Mensen die gemaakt zijn door God, van wie Hij ook houdt. Net zoals Hij van jou houdt, met al jouw misstappen en onhebbelijkheden.
Dat betekent niet dat je over alle misstappen heen fietst en doet alsof alles oké is. Zeker niet! Dat zou ook geen gerechtigheid zijn. Gerechtigheid is ook bestraffen van dingen die niet goed zijn. Maar gerechtigheid is er niet op uit om een ander kapot te maken. Gerechtigheid bestaat om mensen te beschermen, tegen elkaar én tegen zichzelf. In de hoop dat mensen de goede weg vinden. Ook na hun fouten.
Een moordenaar in de gevangenis is ook een mens, geschapen door God. Iemand die liefde nodig heeft, iemand die de weg naar God terug mag vinden. Want God houdt die weg altijd open.
Kun jij oordelen zonder emotie? Kun jij gerechtigheid uitoefenen? Wees voorzichtig in je oordeel. Zeker wanneer je voelt dat emoties je oordeel binnensluipen. Geef het dan maar over aan God, die de gerechtigheid zonder tekortkomingen toepast. Leg ook de wraak maar bij Hem neer. Hij weet wel hoe hij er mee om moet gaan.
En probeer je naaste – ook je naaste die grof in de fout gaat – te zien door Gods liefdevolle, vergevende ogen. En als dat moeilijk is, denk dan eens aan jezelf. God houdt ook van jou, ondanks alles wat jij dag aan dag fout doet. Hij schenkt keer op keer vergeving voor wat je doet. Juist om wie je bent: Zijn kind.
Probeer de daden los te zien van de persoon. Probeer van je naaste te houden.
Ook die man op de N36.
En die moordenaar.
Waarom?
Omdat God van Zijn kinderen houdt. Van hen allemaal. Wat houdt ons dan nog tegen?

José Lourens

Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Augustus 2013: Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…


Het is zomer en wij genieten in deze periode van een aantal weken vakantie.
We kijken altijd uit naar de vakantie, omdat de vakantieperiode een bepaalde rust en ontspanning geeft, ons even losmaakt van alledaagse beslommeringen en we de tijd hebben om te genieten van een andere cultuur en omgeving. Daarnaast doet het (meestal) mooie weer een flinke duit in het zakje.

Toch merk ik dat het een paar dagen duurt voordat ik in de vakantiemodus sta. Mijn ‘normale’ leven is gevuld met het zorgen voor ons gezin, mijn werk en andere activiteiten. De agenda staat bol met allerlei afspraken en dingen waaraan ik herinnerd moet worden en een goede planning is echt noodzakelijk om niet continue achter de feiten aan te hoeven lopen. In de vakantie is de agenda nagenoeg leeg en wordt mijn ritme bepaald door de kinderen die lekker thuis aan het spelen zijn en genieten van de vakantie.

Het is verrassend om te merken dat mijn kinderen weinig last hebben van die omschakeling. Ze genieten van hun vrije tijd en zijn niet bezig met gisteren of morgen, maar alleen met wat ze vandaag van plan zijn. In de vakantie merk ik hoe prettig het is om niet bezig te zijn met de planning van allerlei activiteiten en te genieten van kleine dingen. Als ik bijvoorbeeld met mijn driejarige dochter naar de winkel loop, nemen we de tijd om alles wat we onderweg tegen komen in ons op te nemen; spinnenwebben, takjes, bloemetjes, beestjes, enz. Ik merk ook dat het een goede uitwerking op mijzelf heeft. 2013-08-slaksAls ik alleen ben, ben ik gefocust op de bestemming, namelijk de supermarkt en de boodschappen en probeer ik daar zo snel mogelijk te komen. Als ik met mijn dochter ben, gaat het in een slakkengangetje, maar geniet ik van alles wat we met elkaar beleven. Ook dat ervaren we op vakantie; door meer stil te staan bij alles om ons heen, zien we meer en genieten we meer van de mooie natuur of een verrassend uitzicht.

Ik denk dat typerend is voor hoe ik mijn leven inricht. Ik ben vooral bezig met wat er nog gaat komen, met wat er nog moet gebeuren. Maar daarmee ga ik voorbij aan de mooie details van het moment van nu. Ga ik voorbij aan alles wat God in de schepping gelegd heeft en geef ik mijzelf niet de rust en de ruimte om stil te staan en Hem te eren om wat Hij gemaakt heeft. Het is zo mooi om te lezen hoe God na het scheppen van de hemel en aarde, ook de rust nam om te genieten van wat hij gemaakt had.

“God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag. Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk”. (Genesis 1: 31-2:1)

En jij? Kun je nog stilstaan en genieten van de details van het leven?

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Juni 2013: Can you hear me?

Can you hear me?

‘Ik zie het niet meer zitten, ik heb geen idee wat ik moet doen? Ik heb de hele nacht liggen piekeren, maar ik weet het echt niet. … Ik heb de hele nacht geen oog dichtgedaan.’ ‘Ja, ik heb ook slecht geslapen, het was ook zo warm. Zat er ook nog een mug om m’n oor te zoemen, waardeloze nacht gewoon.’ ‘Heb je eigenlijk wel gehoord wat ik net zei?’ Dit zou zomaar een gesprek kunnen zijn tussen twee mensen. Misschien komt het je wel bekend voor. Je vertelt iemand iets en hij lijkt je niet te horen.

Can you hear me?

Dat was het thema van de afgelopen EO-jongerdag op zaterdag 1 juni. Ik was daar samen met mijn oudste zoon. De EO-jongerendag is al jaren een groot evenement waar veel jongeren bij elkaar komen om te genieten van mooie muziek, samen te zingen en te luisteren naar een spreker rondom een thema. De vraag ‘Can you hear me? (Kun jij me horen?)’ kan een vraag zijn tussen mensen, zoals het voorbeeld hierboven, maar ook een vraag naar God.

De spreker van dit jaar was Rikko Voorberg. Hij vertelde het verhaal van Elia die koning Achab van Israël uitdaagt voor ‘een spelletje can you hear me’ na een droogte en hongersnood van 3 jaar. Het volk Israël was God namelijk vergeten en aanbad de afgod Baäl. Elia en de Baal priesters zouden beiden tot hun god bidden en vragen om een offer zelf aan te steken met vuur uit de hemel. De god die zou antwoorden, zou dan de echte god zijn. De Baäl priesters beginnen. Ze halen alles uit de kast om Baäl te laten luisteren. Ze schreeuwen, dansen en snijden zichzelf, maar niets hielp. Elia roept de priesters op om harder te roepen, want misschien slaapt hij, of is hij op reis. Maar het mocht niet baten. Daarna bidt Elia zacht tot God om te laten zien wie hij werkelijk is. Nog voordat hij is uitgesproken staat het offer is brand. God luistert, Hij is er altijd.

2013-06-jongerendag-sWauw fantastisch, je hoeft maar te vragen en God antwoordt. Natuurlijk gaat het lang niet altijd zo. Dat ervoer Elia ook. Nadat God Zijn grootheid liet zien en op Elia’s gebed ook een einde aan de droogte maakte, moest hij op de vlucht voor Achab omdat hij de Baäl priesters had laten doden. Elia gaat de woestijn in. Hij heeft het helemaal gehad. Hij heeft alles gegeven voor God en moet steeds weer vluchten. Hij wil sterven. Hij schreeuwt het uit: God, can you hear me? Ik heb alles gedaan wat u zei, en wat is het resultaat? Ik heb er genoeg van, laat me maar sterven. God doet het niet, hij stuurt een engel om hem te eten en te drinken te geven. Daarna reist hij verder naar de berg Horeb en gaat daar en grot in. God zegt dan tegen Elia dat hij naar buiten moet komen om hem te ontmoeten.

Elia hoort dan een enorme windvlaag, maar de Heer was er niet. Hij hoort een hevige aardbeving, maar de Heer was er niet. Daarna kwam er vuur, maar de Heer was niet in het vuur. Tenslotte hoort Elia het ruisen van een zachte wind en Elia wist, God is er. Het is alsof God dan tegen Elia zegt, ik hoor heb je wel gehoord, maar hoor je mij ook? Het verhaal dat Rikko Voorberg vertelde is voor de meeste christenen denk ik heel bekend en ook herkenbaar. Het ene moment heb je volledig vertrouwen in God en het volgende moment is het weg en lijkt het alsof God je niet meer hoort. Maar de vraag is niet of God jou hoort, God hoort je wel. In Psalm 121 staat:

‘Hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël, De HEER is je wachter, de Heer is de schaduw aan je rechterhand.’

De vraag is: Do you hear Him?

Ruben Kuiper Reageren?:

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Mei 2013: Kunst


Toen ik op een luie maandagochtend rond half elf uit mijn bed kwam rollen, 2013-05-kunst-smerkte ik bij het openen van mijn gordijnen een bijzonder tafereel op. Het normaal zo stille veld van de Oude Veemarkt was het toneel van een heleboel bedrijvigheid. Auto’s met aanhangers die werden uitgeladen, mensen die met het meest uiteenlopende materiaal in de weer waren en overal half gebouwde stellages in de grond.
Toen ik met mijn warrige hoofd even stond te kijken, herinnerde ik me dat ik hierover een flyer had ontvangen. Beter Wonen heeft in samenwerkingen met studenten van een kunstopleiding en (blijkbaar) in samenwerking met buurtbewoners het idee opgevat om kunstwerken in het ‘park’ te plaatsen. (Ja, dat park moet echt even tussen aanhalingstekens, want het is toch werkelijk niets meer dan een veredeld hondenpoepveld…)
De flyer vond ik, na enig graafwerk, terug in de papierbak. Inderdaad, op dinsdag 23 april zou de feestelijke opening van deze kunstwerken zijn.

Kunstwerken. Dat vond ik wel wat ambitieus. De laatste keer dat Beter Wonen samen met de buurtbewoners iets moois in het nieuwe ‘park’ wilde plaatsen, resulteerde dat in een vrij droevige kerstboom. Misschien hebt u hem gezien, afgelopen december. Een boom waar allerlei vreemde voorwerpen in hingen, en die de eerste dagen maar tot de helft verlicht was. Dat was naar mijn idee toch niet zo heel florissant.
Misschien dat die flyer daarom wel zo gemakkelijk in mijn papierbak belandde. Als rasechte zwartkijker ging ik ervan uit dat die zogenaamde kunstwerken waarschijnlijk ook maar weinig zouden voorstellen. Die studenten zouden waarschijnlijk iets leuks in elkaar fröbelen, waar ik dan vervolgens twee jaar gedwongen op uit moest kijken. Almelose kunst. Daar ben je dan mooi klaar mee.

Maar al die bedrijvigheid deed me toch even stilstaan – zomaar in mijn pyjama voor het raam. Op de flyer stond dat de kunstwerken waren geïnspireerd door Antoni Gaudí. Inderdaad, die Spaanse kunstenaar. Iedereen die in Barcelona is geweest, weet wie deze man was. denk bijvoorbeeld eens aan het schitterende Parc Güell met zijn meterslange bank, volledig ingelegd met mozaïek.
Omdat de kunstwerken werden opgebouwd, was het nog niet meteen goed te zien wat het zou worden. Maar in veel kunstwerken herkende ik wel meteen het mozaïek. Misschien…heel misschien, zou dit toch wat worden. En had ik, zeer waarschijnlijk, weer eens te vlug geoordeeld.
Van tijd tot tijd keek ik even naar buiten, waar de kunstwerken steeds meer vorm aannamen en de bedrijvigheid langzaam afnam.
Toen ik tegen etenstijd naar het veld keek, prijkten daar de bouwsels, die me inderdaad aan Antoni Gaudí deden denken. Al was het alleen maar door dat mozaïek. En tot mijn verrassing moet ik toegeven dat ik een heel aantal echt mooi vind!
Wat ik eerst een beetje schamper ‘kunstwerk’ had genoemd, begon ik opeens als kunst te bekijken. Want wie heeft gezegd dat kunst alleen kunst is als het in een museum hangt? Wie heeft gezegd dat alleen maar bepaalde (beroemde) personen kunst kunnen maken?
Hier staan de bouwwerken van een tiental studenten. Zij hebben het met trots ‘kunst’ genoemd. En terecht.

Ik ging eens op internet zoeken naar een definitie van het woord kunst. Deze vond ik wel mooi: ‘Het maken van unieke, creatieve dingen’. Ik herinner met ook een zin uit een film: ‘Kunst is pas kunst als iemand zegt dat het kunst is.’ En dat was precies wat deze studenten hadden gedaan.
Dwars door mijn zwartgalligheid en veroordelingen heen, hadden zij gezegd: “Wij hebben kunst gemaakt. Gratis en voor niks. Kijk er maar naar.”
En dat is meteen het leuke van kunst. Je hoeft er alleen maar naar te kijken. Je hoeft het niet mooi te vinden. Meer nog: je mag het zelfs lelijk vinden. Maar kijk er naar. Gewoon, ga er voor staan en kijk er naar. Wat vind je er van? Heb je gezien wat er staat? Zie je alle details? Herken je in het werk de hand van de kunstenaar?

‘Kunst is het maken van unieke, creatieve dingen’. Kunst is dus overal om je heen! Kijk eens in de spiegel. Zie jij wat je bent? Kunst!
Er is één kunstenaar die een overweldigend aantal kunstwerken maakt, en nóg maakt. Onze Schepper.
Al die verschillende mensen, al die rijkdom in de schepping, al die roze luchten als de zon ondergaat, al die inktzwarte wolken als er een donderbui op komst is. Het licht op het water, de eindeloze tulpenvelden.
Zie je dat voor je? God als kunstenaar? Doe het maar eens! Zie hem maar bezig elk moment van de dag om al die schitterende dingen te laten leven, bewegen, voortgaan. Herken Zijn hand in al die verbijsterende details en die adembenemende grootsheid!

Als ik bedenk hoe trots die studenten aan het eind van de dag moeten zijn geweest, toen hun kunstwerken in de grond van de Oude Veemarkt stonden, dan gaan mijn gedachten naar onze Kunstenaar. Hoe trots hij moet zijn op Zijn hele kunstwerk! Hoor het Hem zeggen: “Ik heb kunst gemaakt. Gratis en voor niets. Kijk er maar naar!”
Zie je het?
Sta eens even stil. Kijk eens goed om je heen. Jij bent een uniek kunstwerk, met liefde gemaakt. Jouw Maker is eindeloos trots op jou! Zo mag je leven, tussen al die andere prachtige kunstwerken. Daar kan geen Rijksmuseum tegenop!


Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep: Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!
(Naar Jesaja 43:1)

José Lourens

Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

April 2013: Een huis met overwaarde…


2013-04-huis-te-koopHet is al tijden regelmatig in het nieuws: dé huizenmarkt. En de laatste jaren is het geen goed nieuws. De verkoop van huizen zit in het slob; voor nieuw te bouwen huizen is te weinig animo en de duurdere huizen dalen in rap tempo in waarde. Doordat veel mensen door bijvoorbeeld scheiding of werkloosheid in een onzekere financiële positie verkeren of al te maken hebben met een behoorlijke schuld is de bereidheid om te verhuizen niet erg groot.

Wat een contrast met een aantal jaar geleden. Toen gingen de huizen als warme broodjes over de toonbank. Er waren volop mogelijkheden om hoge hypotheekleningen af te sluiten. Ook was er volop ruimte om zogenaamde bouwdepots of overbruggingskredieten af te sluiten. Daarnaast waren er veel mensen met een flinke overwaarde op hun huis waardoor er extra geleend kon worden voor bijvoorbeeld een nieuwe badkamer of keuken. Inmiddels is er steeds minder van die overwaarde over en blijven mensen die willen verhuizen zitten met een grote restschuld.

De huizenmarkt zet mij wel tot nadenken. We willen het zo graag allemaal goed voor elkaar hebben. Naast een fijn gezin, een leuke baan en een stoere auto, hoort natuurlijk ook een mooi huis. Hoe vaak waarderen we mensen niet op grond van die materiële zaken? En soms zijn we jaloers op mensen die het zo goed voor elkaar lijken te hebben. (Al gaat die jaloersheid soms vanzelf over nu blijkt dat die mensen vooral heel veel schulden hebben).

Er wordt in de Bijbel niet voor niets gewaarschuwd voor het gericht zijn op deze aardse en materiële zaken. Voordat we er erg in hebben zijn we vooral bezig om het hier goed voor elkaar te krijgen en vergeten we waar ons leven om draait: het dienen van God en elkaar.

‘Maak voor jezelf een geldbundel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot (of crisis - eigen toevoeging -) kan worden aangevreten. Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.’
(Lucas 12:33 en 34)

Crisistijd is ook de tijd om te relativeren. Om misschien andere dingen belangrijker te laten worden. Laten we elkaar daar bij helpen; om gericht te zijn op God en te zorgen voor elkaar.
Want
‘Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel.’
(1 Korintiërs 5:1)

Dat is ons vooruitzicht. We zullen een thuis in de hemel krijgen die nooit in waarde zal dalen en een flinke overwaarde heeft!

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Maart 2013: Leeuw en lam


Na de aankondiging van de troonsafstand van koningin Beatrix, volgde begin februari de verrassende aankondiging van het aftreden van paus Benedictus XVI.2013-03-2 Ondertussen is Joseph Ratzinger, oud en lichamelijk kwetsbaar met emeritaat gegaan. Zijn leiderschap wordt in de opinie uitgebreid geanalyseerd en nu rijst de vraag: was hij wel de krachtige leider die de katholieke kerk nodig had?

Hoewel ik zijn gezag niet erken, kan ik niet anders dan respect hebben voor iemand die deze zware taak op zijn schouders neem; hoe neem je een kerk mee in de waarheid van Christus, verspreid over 5 werelddelen met overal eigen culturen en beschadigd door misstanden? Wie moet hem opvolgen? Een krachtige leider, sterk als een leeuw? Of iemand die zichzelf opoffert als een lam, voor de kerk?

Hoe kun je zo’n taak goed uitvoeren? Is er een krachtige leider nodig, iemand met visie en moed die de kerk kan leiden met het oog op de toekomst? Of is de katholieke kerk op dit moment meer gebaat bij een paus, die zich kwetsbaar durft op te stellen, terug durft te kijken en de vinger op de zere plek kan leggen, om met bewogenheid mee te leven met de slachtoffers? Hoe kun je geloofwaardig een Bijbelse visie op seksualiteit en huwelijk propageren, terwijl zoveel schandalen bekend zijn geworden? Of is een combinatie van kracht en zwakheid mogelijk? Heeft de katholieke kerk al zijn geloofwaardigheid verloren of is er met de juiste paus herstel mogelijk?

Net als de paus zijn wij christenen, navolgers van Christus. Ons grote voorbeeld.
Jezus, de leeuw van Juda, maar tegelijkertijd is hij ook het lam van God.
De leeuw, krachtig, koninklijk, laat niet met zich spotten, brult en laat van zich horen.
Het lam, zwak en kwetsbaar, het offert zich op voor anderen, is bewogen en meelevend, stil en gelaten.
Hoe kan dat? Hoe kunnen kenmerken van een leeuw en een lam zich verenigen in één persoon?

De leeuw
Hij is afstammeling van David, koning van Israel. Hij laat duidelijk weten wie hij is als hij de handelaren de tempel uitstuurt, als hij zieken geneest en Lazarus opwerkt uit de dood: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ en Lazarus komt tevoorschijn. Jezus is de leeuw als hij in het schip op het meer dat dreigt in de storm te vergaan, de wind bestraffend toespreekt: ‘Zwijg! Wees stil’ en de wind komt tot rust. En natuurlijk in zijn overwinning op de dood!

2013-03-1Het lam
We leren Jezus kennen als het lam in zijn bewogenheid voor mensen als hij huilt bij het graf van Lazarus. Ook als hij wordt beschuldigd door de hogepriester is hij als een lam: ‘Maar hij bleef zwijgen en antwoordde niet’
En uiteindelijk als hij zich overgeeft aan de kruisdood om als offerlam te dienen voor iedereen die hem erkent.

Het unieke van Jezus is dat bij hem kracht en zwakheid samengaan. Hij wil dat ook wij zwak worden om zijn kracht zichtbaar te laten worden, de kracht van Christus. Juist als we denken sterk te zijn, zijn we zwak en als we denken zwak te zijn, zijn we sterk.

‘Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.‘
2 Kor 12:10

Kan een koning, een paus een politiek leider, of een mens als u en ik, in geloof, sterk en krachtig zijn taak uitvoeren? Ik geloof dat dit alleen kan in zwakheid.
‘Om krachtig te worden moeten we niet groeien in kracht maar in zwakheid’ (Gert Hutten)
Is dat een zwaktebod?
In mensenogen denk ik wel, en juist daarom is voor zo’n houding aardig wat lef nodig.

Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Voor deze column heb ik gebruik gemaakt van het boek ‘Leven in verbondenheid’ van Jos Douma.

 

Februari 2013: Abdicatie


2013-02-Koningin Maandag 28 januari 2013.
Het moment waarover al enige tijd gesproken werd, is eindelijk daar: onze Koningin kondigt haar troonsafstand aan.
Een historisch moment, waar we zeker nog niet het laatste woord over hebben gehoord.
Onze Koningin.
Dat is ze, Koningin Beatrix. Drieëndertig jaren trouwe dienst. Een bekend en geliefd gezicht. Iemand met waardigheid en charme.

Daar hebben we wat mee: met Onze Beatrix. De kijkcijfers logen er niet om: 5,6 miljoen mensen keken naar de aankondiging van de Koningin.
We zijn verbonden door en met ons koningshuis.
Je mag dan misschien geen Oranjefan zijn, maar toch heeft het iets dat we een staatshoofd hebben. De Amerikanen hebben hun spannende verkiezingen elke twee jaar, maar zo’n moment als dit, dat zich eens in de tientallen jaren voordoet, dat maakt ons land toch weer speciaal. Zo speciaal zelfs dat landen zonder monarchie met enige weemoed langs de (voornamelijk digitale) zijlijn toekijken.
Dat is toch wel wat.

Een heel aantal mensen zullen zich de abdicatie van Koningin Juliana nog wel herinneren. Ik niet. Ik was toen nog niet eens geboren. Voor mij voelde deze abdicatie dan ook aan als een waar Historisch Moment in mijn leven. Ik zie mezelf al dertig jaar later tegen mijn (klein)kinderen zeggen: ik weet nog precies waar ik was toen Koningin Beatrix haar abdicatie aankondigde! Overigens weinig spectaculair in mijn eentje op de bank. Maar ik pinkte wel een traantje weg.
Want dat is toch wel Mijn Koningin.

Drieëndertig jaar. Dat is toch wel heel wat. Onze Koningin zwaaide vanaf balkons, leefde mee bij vreselijke rampen en stak haar handen uit de mouwen tijdens de vrijwilligersactie van NL DOET.
Iemand waarop we konden bouwen.

De beelden vlogen meteen al over de tv. De inhuldiging van Koningin Beatrix komt voorop. En daar is dan meteen die prachtige zin, die misschien al bijna niet meer opvalt: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’.
Wat fijn dat onze Koningin daar de naam van een andere Koning bij noemt.
Nee, geen aardse koning met een hermelijnen mantel, een kroon en zelfs een scepter.
Een hemelse Koning.
Eén die wel wat langer van drieëndertig jaar regeert. Zelfs wel langer dan drieëndertighonderd. Of drieëndertig duizend.
We hebben een Koning die nooit aftreedt. Die nooit zijn plaats hoeft af te staan aan een volgende generatie. Een Koning die elke generatie de baas is. Elke generatie volledig begrijpt en oneindig goed kan regeren.

Ons koningshuis is prachtig. Het bindt ons samen. Het maakt ons trots.
Trots, wanneer we bij Koninginnedag in het oranje gehuld langs de wegen staan.
Trots, wanneer we op de televisie zien hoe oprecht de Koningin haar medeleven betuigt bij een ramp.
Trots, wanneer zij tijdens een staatsbezoek ons land zo waardig vertegenwoordigt.
Zoals onze Koningin in het klein ons land één maakt, zo mogen we ook zien hoe onze Hemelse Koning ons als mensen één maakt. Wij horen bij hem. Wij zijn trots dat wij Zijn mogen volk zijn!

Ontroerend, zo’n abdicatie. Ook wel een beetje spannend, want er gaan veel dingen veranderen. De lang gevierde Koninginnedag, wordt volgend jaar Koningsdag en onze Koningin wordt weer prinses. Het weinig lijkende, maar o zo bekende portret op de euro zal veranderen, evenals de postzegels. En ons staatshoofd is jong en relatief onervaren.
Spannend.
Spannend?
Niet als je beseft dat er over deze koning een andere Koning waakt. Een ervaren Koning, onveranderlijk, met de regie overduidelijk in handen. Dan is een abdicatie eens in de dertig jaar toch maar iets betrekkelijks. Want in het eeuwige koninkrijk kent men geen abdicatie.

Gelukkig maar.

 

Gij dezelfde gisteren,
heden zult de toekomst tegentreden
zult dezelfde zijn altijd
eindeloos in majesteit!
(Naar Hebreeën 13:8)



José Lourens
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

December 2012: Verbinding verbroken?


Het is een rustige dag. We, Aron, Christa en ik, zitten binnen met de kachel aan, genesteld op de bank met een voorleesboek en een warme deken.1212-sneeuw We kijken verwachtingsvol naar buiten. Langzaam begint het te sneeuwen. Gefascineerd kijken we naar de dwarrelende sneeuwvlokjes in de lucht en het ontstaan van de ‘witte watten’ op de verdorde bloemen van de hortensia in de tuin. We genieten van de witte wereld die wat licht brengt in de donkere dagen. Wat een prachtig gezicht!

Natuurlijk blijft het niet bij kijken alleen. Een uurtje later grijpen we de kans om, gewapend tegen de sneeuw en kou, van deze winteruiting te genieten. Elke keer is het even proberen of de sneeuw wel ‘lekker plakt’ zodat het geschikt is voor sneeuwballen of mooie bouwwerken in de tuin. Dit keer was de sneeuw te ‘droog’. De sneeuwballen stuiven tijdens het gooien uiteen en veel verder dan een klein bergje in de tuin komen we niet.
De sneeuw laat zich niet met elkaar verbinden.

Het intrigeert me dat droge sneeuw net zo weinig opbouwend kan zijn als mensen die zich niet aan elkaar willen of kunnen verbinden. Al decennialang vormt onze maatschappij zich tot een individualistische samenleving. Individualisme is een filosofisch standpunt waarbij de gedachtegangen en de rechten van het individu boven het belang van de gemeenschap wordt geplaatst. Bij het individualisme staat het recht op zelfbeschikking centraal. Elk individu heeft het recht om zijn leven zelf in te vullen, zonder dat anderen hem gaan opdringen hoe deze zijn leven zou moeten leiden. Deze vorming heeft ons veel moois gebracht zoals het kunnen ontplooiing van eigen gaven en mogelijkheden en het ontwikkelen van een eigen identiteit (los van bijvoorbeeld afkomst).

Inmiddels merken we ook de keerzijde van deze tijdsgeest. Onze verzorgingsstaat moet flink bezuinigen en voor zorg of bijstand kunnen we niet automatisch meer terecht bij de overheid. Het alternatief is dat mensen aangewezen worden op hun eigen netwerk van familie, vrienden, buren of gemeenteleden. Maar bestaat dit netwerk nog? En is dat netwerk sterk genoeg om als vangnet te kunnen dienen? In hoeverre heeft de tijdsgeest onze verbondenheid met elkaar aangetast? Gebruiken we onze kwaliteiten nog voor een ander of alleen voor onszelf? Zijn we nog in staat om een ‘sneeuwbal’ te maken of om samen te bouwen?

God heeft een duidelijk streven voor ons. Hij heeft de mensen verschillende gaven gegeven, niet alleen voor Hem of voor onszelf maar juist ook om er voor een ander te kunnen zijn. In 1 Korintiërs 12 staat dat we door onze verbondenheid met Christus één lichaam geworden zijn. Eén lichaam met oneindig veel onderdelen die elkaar nodig hebben. We zijn niet gemaakt om alleen losse sneeuwvlokjes te blijven, maar om ons te binden om tot het doel te komen. Een sneeuwbal van alleen droge sneeuw die niet plakt, kun je niet gooien. Een sneeuwbal van goede plaksneeuw, ja die kan zijn doel flink raken!

Meer lezen? Zie 1 Korintiërs 12: 14-30

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

November 2012: Seizoenen


Het is herfst.
Echt herfst met vallende bladeren, regen, beginnende nachtvorst, mensen met winterjassen (maar zonder sjaal), heldere zon in een strakblauwe lucht (maar niet meer warm).
De gedachte aan chocolademelk bekruipt de mensen. Warme chocolademelk met slagroom. De eerste zakken pepernoten zijn stiekem misschien al gekocht, maar een bezoekje aan de oliebollenkraam in het centrum gaat net weer een stapje te ver.

Ik hou van de herfst. Net als ik houd van de lente, zomer en zelfs de winter.
Nee, ik houd niet van regen. Zeker niet als je haar net goed zit of als je gekozen hebt om voor een keertje dan toch op de fiets te gaan. Maar dat gaat gepaard met een stuk nuchterheid, want regen hoort nu eenmaal bij de herfst.
Maar de herfst van 2012 is tot nu toe verrassend mooi! Na een bizar warme periode, begint de kou wat in te zetten. En opeens vallen de bladeren enorm snel. Als je niet oplet, zijn ze al weg voor je doorhebt wat er aan de hand is. Wil je genieten van alle seizoenen, dan moeten je ogen open.

Dat gaat bij mij niet vanzelf. Als ik herfstvakantie heb, denk ik aan alle boeken die ik kan lezen en alle films die ik kan zien. Etentjes met vrienden die ik gepland heb en heerlijk lang uitslapen. Ik mag me dus gelukkig prijzen dat ik een vriend heb die zijn ogen wél open heeft. Die me meeneemt naar het bos voor een wandeling in de herfstkleuren.1211-nov2s Die de paddenstoelen aanwijst evenals bomen met tientallen verschillende kleuren. Het is alsof me de ogen geopend worden als ik dan door zijn ogen de natuur bekijk. Wat een diversiteit, wat een kleuren, wat een andere natuur dan een paar weken geleden!
Dan kan ik ook als een kind genieten van het zoeken naar kastanjes en het omhoog schoppen van opgehoopte bladeren. Heerlijk om dan buiten te zijn!

Ik voel me niet meteen een echte Nederlander; echt verknocht aan dit land ben ik niet. Er zijn dingen in dit land waar ik enorm van houd (bepaald eten niet in de laatste plaats!) en er zijn dingen waar ik een hekel aan heb (waaronder regelmatig het weer). Mocht de kans komen, dan zou ik gerust voor een bepaalde tijd in een ander land willen wonen.
Maar wat ik in sommige landen wel enorm zou missen zijn de seizoenen.
Australië lijkt me een prachtig land, maar als het in de winter niet sneeuwt…wat is dat dan voor winter?
Canada is geweldig, maar een winter die tot ver in april duurt is me toch wat teveel van het goede.
Hebben we wel door hoe rijk we zijn met onze seizoenen? Hoe ontzettend bijzonder het is om de veranderingen in de natuur te kunnen volgen?
Je zou eigenlijk elke dag van je tuin een foto moeten maken en die na een jaar als een stopmotion achter elkaar moeten afdraaien. Ik weet zeker dat je ervan staat te kijken wat voor veranderingen die ondergaat!

Regen is vervelend en kou vaak ook. En echte warme zomers hebben we ook nauwelijks meer, evenals echt winterachtige winters.
Maar toch, als je elke keer wanneer je de deur uit stapt eens echt om je heen kijkt, dan ga je beseffen hoe rijk we zijn. Hoe eindeloos, ongeëvenaard divers de natuur is!
En over elk detail is nagedacht. Elk seizoen sluit naadloos aan op de volgende, alle veranderingen kloppen en zijn op hun eigen, bescheiden manier een grandioos getuigenis van hun Schepper!

Misschien zie je wel op tegen de korte dagen, de kou en de lange, donkere avonden. Dan hoop ik dat je op die grijze momenten je ogen kan openen voor de prachtige schepping om je heen. Kijk naar hoe God met zoveel wijsheid en zoveel liefde die natuur heeft gemaakt en bedenk dan dat jij Zijn kind bent!
Als God één boom al zoveel diversiteit, kleur, glans en glorie geeft; hoe bijzonder ben jij dan!

“From the highest of heights to the depths of the sea1211-nov1s
Creation's revealing Your majesty
From the colors of fall to the fragrance of spring
Every creature unique in the song that it sings
All exclaiming

Indescribable, uncontainable,
You placed the stars in the sky and You know them by name.
You are amazing God!”

‘Indescribable’, Chris Tomlin

 

José Lourens
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Oktober 2012: Thuis in Gods huis

Onlangs was ik op visite bij een vriendin uit onze kerk. Ook een collega van deze vriendin kwam precies op dat zelfde moment bij haar op visite. Er ontstond al vrij snel een heel aardig gesprek. Nu moet u weten dat deze collega niet kerkelijk is, en zoals ze het zelf noemde atheïst. Al pratend kwam ons gesprek op de afgelopen vakantie. Ik vertelde dat ik in Lyon in Frankrijk was geweest en had genoten van de prachtige basiliek die daar boven op de heuvel aan de rivier de Saône ligt. Hoewel de basiliek er van buiten prachtig uitzag, was de binnenkant een beetje een domper omdat de binnenkant in de steigers stond vanwege een restauratie. Hierdoor was er binnen niet veel te zien.

Deze collega vertelde dat ze het in vakanties niet kon nalaten kerken te bezoeken en een kaarsje te branden. Toen ik haar vroeg wat haar bewoog om tijdens haar vakantie kerken te bezoeken kon ze daar eigenlijk niet goed antwoord op geven. Hoewel ze ook niet kerkelijk was opgevoed vond ze het fijn om een kaarsje aan te steken voor haar overleden vader. ‘Maar wel een echte, want een elektrisch kaarsje vind ik maar niets.’
Het moment van rust en aandacht voor haar vader, juist in een kerk deed haar goed.

Op de terugweg naar huis moest ik daar verder over nadenken. Ik kan me haar gevoel wel voorstellen1210-01glas-in-lood2s. De rust en misschien wel heiligheid die een katholieke kerk kan uitstralen is best bijzonder. De glas-in-lood ramen met bijzondere lichtinval, de beelden, de kaarsen, de bijzondere bouwkunst ademen allemaal toewijding uit. Toewijding voor iets wat groter is dan onszelf.

Elk jaar bezinnen we ons in onze kerk rond een thema. Dit jaar is dat ‘thuis in Gods huis. Dat brengt me direct bij de vraag hoe zit het dan met mijzelf? Is deze mystieke sfeer voor mij reden om naar de kerk te gaan?
Nee, hoewel ik daar gevoelig voor ben, is dat niet waarom ik juist de kerk aan de Bellavistastraat bezoek. Dit kerkgebouw heeft als gebouw niet veel te bieden, het is functioneel maar je raakt er niet van onder de indruk. Zonder af te doen aan de vele prachtige katholieke kerken, is het niet het gebouw aan de Bellavistastraat dat indruk op mij maakt of vele brandende kaarsjes in het halfdonker die me stil maken. Het is het licht van het evangelie dat mij blij maakt. Dit evangelie mag elke zondag in alle openheid worden verteld, waar we samen ons over mogen verwonderen en dat we kunnen delen.

Het brengt me enorme rust en vrede dat ik mag weten dat het leven niet stopt bij het sterven, maar verder mag gaan. Dat ik niet onzeker of angstig hoef te zijn over overleden geliefden. Niet een kaarsje, hoe mooi ook, brengt me rust. De zekerheid dat we niet voor niets leven maar we geliefd zijn door onze schepper dat geeft me vertrouwen.

En dat is waar wil ik thuis wil zijn, niet in een kerkgebouw maar bij God en zijn gemeente.

Gelukkig wie bij u hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar u.
Trekken zij door een dal van dorheid, het verandert voor hen in een oase; rijke zegen daalt als regen neer.
Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen.


Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

September 2012: Verkiezings(s)t(r)ijd


We ontkomen er niet aan, het is verkiezingstijd.1209-verkiezingen En of je het nu wel of niet interesseert, de radio- en televisie-uitzendingen, de journaals, de reclames, ze zijn allemaal politiek getint. Elke dag proberen politici je ervan te overtuigen dat je het beste op zijn/haar partij kan stemmen, al is het effect van de campagnes moeilijk te meten. De peilingen wijzen uit dat veel mensen nog geen idee hebben op wie ze moeten stemmen. Welke standpunten uiteindelijk het beste effect hebben voor henzelf of voor het land. Het percentage mensen dat komt stemmen voor de landelijke verkiezingen ligt rond de 65%. Je vraagt je dan af of de overige 35% van de kiezers niet geïnteresseerd is wie hun land bestuurd.

Deze schijnbare desinteresse van mensen heeft vaak wel een oorzaak. Enerzijds kan dit te maken hebben met het gevoel dat het een soort ‘ver van mijn bed show’ is, anderzijds kan het te maken hebben met vertrouwen. Of juist het gebrek aan vertrouwen in die mensen die het straks moeten gaan doen. De grote vraag is; wie is er op dit moment te vertrouwen? Wie gaat het ook echt doen zoals hij/zij gezegd heeft? Maar al te vaak is gebleken dat na de verkiezingen de tijd van compromissen volgt. Compromissen moeten uiteindelijk gemaakt worden om tot een regering te kunnen komen. Het gevecht in de verkiezingstijd is dan voorbij en er moet ingestoken worden op samenwerking. Dit heeft tot gevolg dat partijen slechts een aantal punten van hun programma vast kunnen houden. Mensen raken teleurgesteld en haken uiteindelijk af.

Maar als we eerlijk naar ons zelf kijken, kunnen we dan zeggen dat we al onze beloften na kunnen komen? Dat we altijd het beste voor hebben met anderen? Of speelt er misschien soms meer eigenbelang mee dan dat we zouden willen toegeven? We kunnen er niet aan ontkomen dat we te maken hebben met teleurstellingen, beperktheid in hoe goed we iets kunnen doen of wat we daarin van anderen kunnen verwachten. Wie is uiteindelijk echt te vertrouwen?

We mogen weten dat we uiteindelijk kunnen vertrouwen op God. Dat Hij doet wat Hij zegt en zijn beloften nakomt. Misschien kent u het verhaal van Abraham. God zei tegen hem dat hij op weg moest gaan naar de plek die God hem zou wijzen, naar het land Kanaän. Dat God hem tot een groot volk zou maken, terwijl hij nog geen kinderen had. Abraham vertrouwde God.

’zo heeft Abraham, dankzij zijn standvastig vertrouwen, gekregen wat hem beloofd was‘
Hebreeën 6:15
Abraham wachtte lang op de vervulling van de belofte van God en dat was niet eenvoudig, maar God heeft hem niet teleurgesteld.

Politici zijn niet altijd betrouwbaar en als mensen laten we de nodige steken vallen, maar we kunnen zeker vertrouwen op God. Dat betekent niet dat we alles krijgen wat wij zouden willen. Wel zullen we krijgen wat God ons beloofd heeft en Hij helpt ons ook hier om datgene wat wij beloven steeds meer waar te maken.

Leonie Kuiper

Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Augustus 2012: Olympische Atleten


Er valt niet aan te ontkomen: een column over de Olympische Spelen. Ik was het niet van plan, natuurlijk, maar soms kan je niet anders.
Laten we voorop stellen: ik ben geen sportfanaat. (En dit noemen we een understatement…)
Ik wil me nog wel eens oranje aankleden tijdens een W.- of E.K, om vervolgens anderhalf uur naar het scherm te schreeuwen. Ook tennis – wanneer de ‘grote namen’ spelen – kan me wel bekoren, maar ik moet de eerste volledige (zeker drie uur durende!) wedstrijd nog kijken. 1208-swim
Zelf sport ik nauwelijks. Dat is echt onvoorstelbaar in deze tijd, natuurlijk, maar ik ben niet bang om het te zeggen: ik zit veel liever op de bank!
Enige tijd geleden ging ik eens in de maand met een vriendin squashen, maar die fase is binnen een half jaar ook al doodgebloed. Ik heb geen conditie, ben niet erg gecoördineerd en kan ook niet zo heel goed tegen mijn verlies.
Dus, een column over sport lijkt nogal vergezocht, voor iemand die sport maar zozo vindt. Daarom was ik in de eerste instantie van plan om me ver van de Spelen te houden.

Maar…

Vorige week las ik een artikel over Amerikaanse hordeloopster Lolo Jones. Blijkbaar zou ze in Beijing goud gaan winnen, tot ze plotseling over de negende horde struikelde en als zevende finishte. Een vreselijke klap, natuurlijk. Voor Lolo was er maar één doel, de afgelopen vier jaar: op de volgende Spelen in London alsnog goud halen.
In het artikel kwam haar vastberadenheid, haar discipline en haar doelbewustheid duidelijk naar voren. Met stijgende verbazing las ik dit artikel. Hier was een vrouw die de afgelopen zes, misschien zeven jaar (wellicht nog langer) met maar één ding bezig is geweest: goud winnen op de Olympische Spelen. Letterlijk alles heeft hiervoor moeten wijken. Dit is haar moment, dit is haar laatste kans.
En zo zijn er waarschijnlijk tientallen atleten, die alleen maar bezig zijn met hun sport – en het winnen van goud.

Ik – als bankzitter – kan me daar niets bij voorstellen. Trainen, je houden aan een dieet, vroeg naar bed en altijd, altijd eyes on the price. 1208-medalWaarom zou je jezelf dit aandoen?
Nu was ik van plan om hier een hele preek te gaan houden over hoe je geobsedeerd kan raken van sport – de mogelijkheid dat dit een soort afgod van je wordt, en ga zo maar door.
Maar terwijl ik daarover aan het nadenken was, kwam opeens het beeld van Paulus en zijn ‘wedloop van het leven’ in me op. En voor de eerste keer bedacht ik hoe goed dat beeld van Paulus is.
Het leven met Christus vergeleken met het leven van een atleet. Eentje die alles voor zijn sport (op)geeft. Alles wegdoet wat hem of haar afleidt van de prijs. Alles!
Lekker eten, lekker drinken, lol maken, uitgaan, geld verdienen, uitslapen, bankhangen – denk je dat een atleet dat niet ook heerlijk vindt? En er misschien ook wel naar uitziet om dat te doen?
Maar toch…met de Olympische Spelen op de kalender en de kans om daar goud en glorie te winnen, zet de atleet al die dingen aan de kant. Het is misschien wel fijn, maar niet het belangrijkste. Die Spelen, dát is het belangrijkste.
Daar kun je natuurlijk van zeggen wat je wilt, maar als je dit tot je laat doordringen dan is het wel duidelijk wat dit over jouw geloof zegt. In jouw leven met Christus zou die vastberadenheid er in moeten zitten. Zuiver leven met Hem, je toekomst vinden in Hem en er alles voor willen doen om het geluk bij Hem te vinden – zo moet je leven!
Ja, andere dingen zijn ook prettig om te doen en te beleven. Maar wanneer ze je niet helpen om je doel te halen, wil je ze niet in je leven. Of in veel mindere mate.

Ik mag dan geen topsporter zijn en zelfs zeer weinig binding met sport hebben, maar zo rond de Olympische Spelen kom ik er wel achter wat Paulus bedoelde met die wedloop.
Een atleet die een beetje traint, zich half aan z’n dieet houdt en elk weekend flink uitgaat, zal waarschijnlijk nooit op de Spelen komen. En zal dus nooit goud halen.
Een atleet die de prijs voor ogen heeft, zal beseffen dat alle dingen die hem niet tot dat doel leiden, aan de kant moeten.

Welke atleet ben ik? Welke ben jij? Wil je wel de prijs winnen? Zo ja, denk je niet dat het dan eens tijd wordt om je trainingsschema klaar te maken, je eetpatroon aan te passen en je tijdsbesteding bij te stellen? Want een bankzitter komt nooit op het podium, dat weten we allemaal. Hoe moet een passief christen dan ooit het geluk bij Christus vinden…?

‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’
Romeinen 8: 38, 39

Dat is nou een topatleet!
Hoe zit het met jou?

José Lourens

Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


 

Juli 2012: Klavertje-vier

We zijn bij een speelveldje. Elias, onze zoon, vermaakt zich samen met papa met de voetbal. Ik zit in het gras, tussen de klaverbloemen. Ineens ben ik 20 jaar jonger…1207-juli2-klavertje-vier

Ik zit in het gras en ik zoek. Om mij heen klinken de geluiden van vrolijke mensen. Het is Koninginnedag en met de hele kerk hebben we een volleybaltoernooi. Maar ik ben aan het zoeken. Tussen al die klavertjes-drie. Zou ik een klavertje- vier vinden? En, ja hoor, daar is het: Een klavertje vier!

In de jaren die daarop volgen zoek ik dat plekje vaak weer op en elk jaar vind ik wel een klavertje-vier. Ik kan het plekje zo nog vinden. En de klavertjes die ik vond, zitten vast nog in de boeken van mijn ouders. Gedroogd in een servetje…

In het gras op het speelveldje moet ik denken aan wat een paar weken geleden thuis gebeurde. In de toilet hing kortgeleden een kaartje met de tekst: ‘Zoek je geluk bij de Heer, Hij zal geven wat je hart verlangt.’ (psalm 37 vers 4) Om eerlijk te zijn heb ik wat moeite met dat kaartje. Ik zoek volgens mij mijn geluk aardig bij de Heer. Toch zijn er in mijn hart heel wat verlangens die God mij niet geeft. Goede verlangens, in mijn beleving. Niet plat en materialistisch. Waarom ervaar ik toch die tekst zo gemakkelijk als niet waar? Onlangs haalde Koos, mijn man, het kaartje weg om aan iemand te geven. Ik vond het niet erg. Hoefde ik er ook niet meer over na te denken. Maar juist vanaf het moment dat het kaartje weg is, begin ik de tekst en vooral mijzelf te doorzien.


Wat gebruik ik God toch gemakkelijk voor mijn verlangens. Ik dacht te krijgen wat ik wilde als ik Hem zocht. Maar ik snoep van twee walletjes. Ik zeg tegen God: Ik zoek mijn geluk bij U en tegelijk verwacht ik dat hij mij geeft wat ik denk nodig te hebben in het hier en nu.

1207-juli1-watervalIk zal nieuwe gedachten proberen in woorden te vatten. Als ik mijn geluk bij God zoek, dan liggen mijn verlangens ook op dat vlak. Mijn geluk vinden bij de Heer is rúst vinden bij Hem die onveranderlijk is. Wat ik deed staat heel mooi in Jeremia 2:13: ‘Mijn volk heeft mij verlaten , de bron van levend water en heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.’ Het geluk dat ik vaak zoek, hoe oprecht bedoeld ook, is vaak als water in een waterkelder vol scheuren. Ik kan het krijgen, maar ook zo weer verliezen. En toch vroeg ik God om dát geluk. Ik vroeg God míjn kelders te vullen in plaats van mij te wenden naar de bron. Maar mijn geluk zoeken bij de Heer is elke dag opnieuw drinken uit de bron van levend water. Die bron geeft water voor het leven. Een ééuwig leven.

Dat klavertje-vier, een symbool van geluk, zal voor mij de herinnering zijn om geen waterkelders uit te houwen, maar elke dag mijn dorst te lessen bij de bron van levend water.


Donatine Luiten
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Juni 2012: Een paar pondjes minder…


Het nieuws staat er de afgelopen maanden bol van: Nederland moet bezuinigen om het begrotingstekort binnen de Europese norm te krijgen. Allerlei voorstellen worden gedaan; minder geld voor cultuur, een hogere bijdrage voor zorg en het (gedeeltelijk) afschaffen van de hypotheekrente aftrek. 1204-euroAl deze verontrustende berichten zorgen ervoor dat mensen passief worden en afwachten wat er daadwerkelijk gaat gebeuren. Ook onze zoon die regelmatig het nieuws volgt, vraag zich af of we niet dakloos raken en of we het straks allemaal wel kunnen betalen. Er zullen meer mensen zijn die verontrust zijn of angstig worden van de onzekerheid over de toekomst die op hen afkomt. De oproep die van alle kanten klinkt om ons geld in Nederland uit te geven en daardoor de economie te stimuleren, lijkt aan dovemans oren gericht. We potten massaal ons spaargeld op om verzekerd te zijn van een buffer in karige tijden.

In de afgelopen decennia hebben de meeste mensen royaal kunnen leven; een leuk huis, een nette auto, regelmatig op vakantie en geld genoeg om spullen aan te schaffen die niet direct noodzakelijk waren. Wat is het dan moeilijk om het met minder te doen, het gevoel te krijgen dat er misschien wel minder mogelijk is in plaats van meer. Dat er misschien meer gespaard moet worden, dan geleend. Het knaagt aan ons gevoel van zekerheid.

Langzaam wordt het ook zichtbaar dat een steeds groter wordende groep mensen in de problemen komt, terwijl het vangnet van voorzieningen kleiner wordt. De burgerinitiatieven om mensen in nood te helpen, gaan bijna ten onder aan hun eigen succes. De voedselbank ondersteunt bijvoorbeeld meer mensen dan ooit en het einde lijkt daarin nog niet in zicht.
Gelukkig zijn er nog steeds mensen die iets voor de ander wil doen, praktisch of met middelen. Toch zijn we als mensen geneigd om vooral te geven van onze overvoed en zelfs nu klinken er vage geluiden dat we de bijdrage van Nederland voor ontwikkelingshulp maar naar beneden moeten schroeven.

Wat is het soms toch moeilijk om te geven van alles wat we hebben, om het zelf met minder te doen. In de bijbel waarschuwt Jezus ons regelmatig om onze veiligheid niet te zoeken in ons bezit. Want dat is maar schijnveiligheid. In Matteüs 12:19-22 zegt Hij:

‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’

Ook in deze tijd van meer krapte kunnen we hier van leren. Laten we onze schatten niet teveel koesteren maar juist delen met de mensen die het nodig hebben. Door God te dienen, te geven en voor anderen te zorgen, verzamelen we schatten in de Hemel.

In Marcus 12:41-44 staat een mooie tekst over geven:

‘Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans. Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.’

Om ons hele levensonderhoud weg te geven, is voor ons nog een brug te ver, maar mag het voor die ander in nood, als het kan, een ‘onsje meer zijn’?

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.



April 2012: Eigenlijk


Wat zijn wij Nederlanders toch goed met woorden! We hebben een uitgebreide schat aan woorden, waarmee we alles kunnen benoemen. Zelfs prachtwoorden als ‘demoniseren’ en ‘excellent’ worden met trots gebruikt.

En terecht. 1204-dictionary
Woorden kunnen helen, opbouwen, vernieuwen en behouden. Niet uit je woorden kunnen komen, is vervelend. Sprakeloos zijn, voelt ongemakkelijk.

Maar er is één woord in onze taal die – naast allerlei populaire woorden, natuurlijk – toch wel uitermate veel gebruikt wordt. En juist dit ene woord, die we bijna onopgemerkt in veel van onze zinnen gooien, kunnen we rustig uit ons woordenboek schrappen.
Ik heb het over het woord ‘eigenlijk’.
Nee, niet ‘eigenlijk’ als in ‘feitelijk’. Het correct Nederlandse woord heeft wel die betekenis (en wordt zo ook nog wel gebruikt), maar dat is niet waarop ik doel. Wellicht geven de volgende voorbeelden een idee van welke betekenis ik bedoel:

‘Ik moet eigenlijk meer gaan sporten.’
‘Wat we eigenlijk niet meer moeten doen, is roddelen.’
‘Eigenlijk had ik er wat van moeten zeggen.’

Herkent u het? Dit goedbedoelde woord? Dit is een prachtig woord om elke definitieve uitspraak mee af te breken. Goede voornemens? We zouden ze ‘eigenlijk’ allemaal moet doen. Maatschappelijk bewust leven? ‘Eigenlijk’ wordt dat wel van je gevraagd. Wat zijn we met elkaar bang geworden om een standpunt in te nemen. En wat zijn we laf om naar ons geweten te luisteren.

Ik heb de (digitale) Bijbel er eens bij gepakt. Volgens Biblija.net komt het woord ‘eigenlijk’ twintig keer in de Nieuwe Bijbelvertaling voor. Een aantal van die verzen geeft ook duidelijk het woord ‘eigenlijk’ weer, zoals hierboven is beschreven. En je kunt deze allemaal, stuk voor stuk, wegstrepen uit de bijbelteksten. De tekst wordt er niet anders van.
Dat bracht me op het idee om de vertaling van 1951 er eens bij te pakken. Daar kwam het woord ‘eigenlijk’ slechts vier keer voor.
De smaak van het onderzoeken nu helemaal te pakken gekregen te hebben, ben ik ook in mijn Engelse Bijbel gaan zoeken. Daar waar het woord ‘eigenlijk’ gebruikt is als ‘feitelijk’ vind je het woord ook in de Engelse vertaling terug. Maar negen van de tien keer vind je in de Engelse vertaling dit woordje helemaal niet terug.
Dat vind ik wel bijzonder. Hoe kan het dat dit woordje zomaar onze Nederlandse Bijbels binnensluipt? Wat maakt het dat we dit woord steeds meer gaan gebruiken? Wennen we er gewoon aan dat dingen niet meer zo duidelijk zijn? Willen we onze uitspraken afzwakken? Wat is hier aan de hand? Ik moet zeggen dat ik met enige opluchting mocht constateren dat het woord ‘eigenlijk’ nergens gebruikt wordt om geboden van God en woorden van Jezus mee af te zwakken. Stel je de tien geboden eens voor, wanneer God ze zo had opgesteld:
‘Eigenlijk moet je alleen Mij dienen …eigenlijk zou je van de ander moeten houden …eigenlijk zou je niet jaloers moeten zijn…’
Wat zouden wij vinden van een God die zo grijs was? Maar nee, in het woordenboek van God heeft het woord ‘eigenlijk’ geen plek. Jezus geeft het heel duidelijk aan:

‘Wie niet met Mij is, is tegen Mij. Wie niet met Mij samenbrengt, drijft uiteen.’ (Lucas 11:23)

Zo. Zwart of wit. Geen grijs. Een God die weet wat Hij wil. Een God die gaat voor relaties, gaat voor liefde, gaat voor oprecht levensgeluk! In duidelijke, klare taal. Volgens mij is het goed om daar een voorbeeld aan te nemen. Dus mijn oproep aan mezelf en jullie allemaal is: haal het ‘eigenlijk’ uit je woorden weg. Heel bewust schrappen. En ik twijfel er niet aan, of het zal langzaam uit je denken verdwijnen. Geen grijze middenwegen. Dan wordt ‘Ik zou eigenlijk meer tijd met mijn naaste moeten doorbrengen’ de opmerking ‘Ik ga meer tijd met André doorbrengen’ en kom je ook tot het maken van een afspraak. Geef niet toe aan de verleiding om vaag te blijven en lauw te zijn. Wees duidelijk en sta in vuur en vlam!
Dat zou toch….eigenlijk…wel het mooiste zijn.

José
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Maart 2012: Helden

 

De tot dan toe erg saaie, doodnormale winter, met veel wind en regen kreeg begin vorige maand toch ineens een verrassende wending.1203-crown-of-thorns Waar je normaal maar heel weinig mensen buiten ziet, zag het zowaar ineens zwart van de mensen op heel wat plassen, sloten, vaarten en vijvers. Na een weekje strenge vorst, was het alsof Nederland ineens ontwaakte. Iedereen ging massaal op de schaats. En eerlijk is eerlijk, ook ik heb voor het eerst in 15 jaar weer eens geschaatst. Hoewel het niet direct heel soepel ging, heb ik er werkelijk van genoten.

En zoals zo vaak, als het een paar nachtjes vriest… ja dan is ineens Friesland een heel interessant deel van Nederland. En ja, natuurlijk was het heel leuk geweest om weer eens een 11-stedentocht mee te maken. Toch was de mediahype eromheen, vond ik, toch best heel irritant. Evert van Benthem en Henk Angenent kregen het ineens weer diverse camera’s over zich heen en iedereen die wat over schaatsen of het weer wist, mocht z’n zegje doen in een talkshow. Alsof er niets anders meer belangrijk was, alles draaide een kleine week om een schaatstocht die niet eens heeft plaatsgevonden. Onvoorstelbaar. Toch?

Hoe kan dat toch dat dit ineens het nieuws gaat beheersen, vroeg ik me af. In een of ander interview, ik weet niet meer met wie, vertelde iemand: ‘Nederland heeft gewoon behoefte aan helden’. Ja, dat is het dacht ik. Het is toch heerlijk om je fantasie te vrije loop te laten gaan en je te identificeren met mensen die gigantisch hebben afgezien en half bevroren 200 km hebben geschaatst te zien winnen in Leeuwarden. Helemaal als het dan ook nog berekoud is en de helft van de starters moeten afhaken, ja als alleen de allersterksten de tocht kunnen volbrengen. Dat zijn echte helden, die willen we wel in Nederland. ’s Zomers mogen de voetballers hun best doen, maar ’s winters… dan willen we schaatsers zien.

Helden…Wie zijn dat eigenlijk? Volgens Wikipedia is een held: ‘Een held (mannelijk) of heldin (vrouwelijk) is een bestaand, fictief of historisch persoon die, wanneer geconfronteerd met gevaar en rampspoed of vanuit een zwakke positie, moed en de bereidheid tot zelfopoffering betoont voor een grotere zaak.’
Volgens deze definitie is het op zijn minst twijfelachtig of sporters op grond van hun sport een held zou kunnen zijn.

Woensdag 22 februari is de veertigdagentijd begonnen. Dat is de tijd na het carnaval en voor Pasen. In deze periode bereiden christenen zich voor op het paasfeest. Tijdens het paasfeest wordt herdacht dat Jezus de dood overwon en na 2 dagen in het graf te hebben gelegen weer opstond. Het feest volgt op goede vrijdag, de dag waarop de dood van Jezus aan het kruis wordt herdacht.

Jezus de man die wordt aanbeden door miljoenen mensen, die hun held is. Een held gestorven aan een kruis; hoe ongelooflijk bizar. Maar, het zet op z’n minst te denken dat iemand die 2000 jaar, de meest denkbare vernederende en pijnlijk dood geleden stierf, nog steeds bepalend is in het leven van heel veel mensen. In een profetie van Jesaja staat het als volgt beschreven:

 

Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.
Jes. 53:5-7

 

Deze man, een held? Als je kijkt naar de hierboven beschreven definitie, dan is Jezus meer dan een held. Hij legde moedwillig al zijn goddelijke grootheid af, werd een mens en stierf aan een kruis. Hij werd niet toevallig geconfronteerd met het kwaad en hij was ook niet zwak. Nee, hij maakte zich klein en onderging het kwaad voor ons, voor jou, voor mij.

Jezus, mijn held.

Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Februari 2012: Keukenperikelen

In de afgelopen maanden zijn wij in huis bezig geweest om een nieuwe keuken te plaatsen. Aangezien het een andere opstelling werd dan de originele keuken, was het veel werk. We begonnen de klus met het verleggen van het leidingwerk en de elektriciteitskabels, een 1202-keukenhalf gesloopte keuken en dozen tot aan het plafond. We moesten een tijdje tussen deze puinhopen leven en, u begrijpt, het kampeergevoel in huis was hoog. Bij tijd en wijle vroeg ik me af waarom we dit eigenlijk allemaal zelf wilden doen….

Na twee weken klussen begon het langzaam weer de goede kant op te gaan. In plaats van slopen en verplaatsen van troep werd het opbouwen, opruimen en inrichten. Inmiddels is het geheel bijna klaar en het resultaat mag er zijn. Een strakke keuken, nette apparatuur, mooie greepjes en la- en kastdempers. Voor de jongste kinderen lijkt het alsof de keuken kan toveren; lades en kasten die vanzelf dicht gaan.

Hoewel de rest van de afwerking nog moet gebeuren, lijkt het voor het oog al heel wat. Maar als je alles zelf doet, weet je ook wat er aan de achterkant zit. Achter en in de kasten zit heel wat leidingwerk en kabels verstopt en regelmatig was een decoupeerzaag nodig om het geheel passend te krijgen. Nou ja regelmatig.. er is eigenlijk nog maar één kast die niet verzaagd is. Hoewel je dit natuurlijk niet vol trots aan iedereen laat zien, is dit de werkelijkheid achter een mooie keuken.

Soms is het in ons leven net zo. Als we geluk hebben ziet het er van de buitenkant allemaal mooi uit. We hebben een leuk huis, een paar redelijk opgevoede kinderen die het goed doen op school en we hebben een afwisselende baan. Maar als we onszelf toestaan om verder te kijken dan de buitenste laag, ziet het er vaak minder mooi uit. Er zijn heel wat herstelwerkzaamheden uitgevoerd om het zo mooi te doen laten lijken. We moeten heel wat camoufleren en verbergen om te zorgen dat de ‘vuile was’ niet buiten komt te hangen. En soms zit er helemaal niets achter die mooie buitenkant. Een grote zinloze leegte waarvan we ons afvragen of de buitenkant alles in het leven is.

Toen Jezus naar ons toekwam, kwam hij niet om de mooie buitenkant te bekijken, hij kwam niet om ons te helpen om het er aan de buitenkant mooi uit te laten zien. Nee, hij kwam juist voor onze binnenkant die vaak niet zo mooi is. Hij kwam voor onze fouten, gebreken en tekortkomingen. Hij weet haarfijn wat er mis is in deze wereld. Hij helpt ons juist om de binnenkant te herstellen, zodat we God en onze medemensen steeds meer kunnen liefhebben. Dit gaat niet zonder moeite, het is ook niet klaar binnen een maand. Maar als we Hem toestaan om met ons aan onze binnenkant te werken, zullen aan de buitenkant steeds mooier worden. Niet opgepoetst en gepolijst, maar wel echt en doorleefd totdat we uiteindelijk bij Hem volmaakt zullen zijn.

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

December 2011: Feestmaand?


“December begint! Heerlijk; de maand van gezelligheid. Van korte dagen en sfeerverlichting. Buiten koud, maar binnen heerlijk warm. 1112-xmassnowgirl holidays
Sinterklaas is nu al snel! Broeden op een gedicht en klodderen met lijm en papier voor de ultieme surprise. Sinterklaasavond is altijd een succes. Familie en vrienden om je heen, lekker eten, snoepgoed en natuurlijk heel veel lol.
En dan maar hopen dat het snel gaat vriezen... Dan kunnen de schaatsen weer uit het vet en onder de voeten. En na uren vallen en opstaan, snelheidsrecords en pirouettes, terug naar huis voor chocolademelk met slagroom. Voeten op de verwarming en de kerstboom alvast aan.
Kerst...ja, dat is helemaal geweldig! Kaartjes sturen en ontvangen, de kerstboom optuigen, lichtslangen bevestigen, kaarsen uit de kast halen. Misschien zelfs even heel creatief kerststukjes in elkaar bouwen – met hulst en oase. Kerstkransjes bakken of bij de supermarkt halen. Het “First Noël” schalt alweer door de huiskamer. Wat een heerlijk gevoel, die kerstochtend. Samen naar de kerk, waar het gevoel van samenhorigheid nooit zó groot was. Daarna naar huis en lekker tijd doorbrengen met familie. Heerlijk eten – tot je niet meer kan – en dan met een goede wijn, in goed gezelschap, lekker uitbuiken.
En als we die dagen gehad hebben – hopelijk met veel sneeuw – kijken we uit naar oud en nieuw. De pakken oliebollenmix staan al klaar in de voorraadkast, het vuurwerk wordt uit Duitsland gehaald. We moeten er tenslotte met een knal uit! Een prachtige afsluiter van een knallende maand!
Ik kan niet wachten!”

“December begint... Die donkere maand, vol verplichtingen. Van korte dagen, vol schemering. En wanneer de zon een kansje krijgt, zijn haar stralen koud en krachteloos. Een ijzige wind buiten, binnen is alles donker en verlaten.
Eerst natuurlijk Sinterklaas. Uren ploeteren op een gedicht, om nog maar te zwijgen van een surprise. En op de avond zelf maar een beetje gemaakt meelachen met de mensen om me heen, die duidelijk veel meer op hun gemak zijn dat ik. Hard m'n best doen om hetzelfde te voelen als zij, maar daar toch weer jammerlijk in falen.
Dan gaat het vast snel weer vriezen. Verlammend koud buiten en verraderlijk glad op de wegen. Al die mensen die willen dat je mee gaat schaatsen, omdat je nooit weet hoe lang het ijs blijft liggen. En als ik dan verplicht op die ijzertjes sta te wankelen, schieten de anderen me al voorbij. Nauwelijks in staat om me staande te houden, moet ik toekijken hoe iedereen, behalve ik, geniet. Eenmaal thuis, probeer ik mijn bevroren handen en voeten te ontdooien, terwijl mijn schaatsgenoten blozend hele verhalen verkondigen over hun schaatsrecords. De kerstboom gaat alvast aan, alsof de tijd al niet snel genoeg gaat.
Kerst...dat is helemaal een drama. De paar verplichte kaartjes versturen naar ouders en grootouders. En mijn eigen brievenbus blijft leeg. Moet ik dan maar een kerstboom opzetten, omdat het “zo gezellig is”? En kaarsjes op de tafel? Alsof die kleine lichtbronnen het donker in mijn hart kunnen verdrijven. Als het dan kerst is, speelt de familie hun jaarlijkse versie van “gelukkig gezin”, om aan de buitenwereld te laten zien hoe mooi alles is. Na een kerkdienst waarin het meer gaat om de uiterlijke schijn, dan om de echte blijdschap vertrekken we richting huis, waar we het verplichte kerstdiner krijgen. Met ongemakkelijke gesprekken en naderhand een overvloed aan restjes. Alsof er nergens op de wereld mensen sterven van de honger.
En als we dat achter de rug hebben, mogen we ons weer klaarmaken voor de jaarwisseling. Om me heen koopt iedereen oliebollen en vuurwerk. Vrienden komen samen om het jaar uit te knallen, de avond is voor hen niet lang genoeg. En ik sta van achter mijn woonkamerraam te kijken naar de fonteinen in de lucht. Alleen in een donker huis. Nog voor het half één is, lig ik in bed. Gelukkig hebben we het dan maar weer gehad, die decembermaand.
Ik wou dat het al voorbij was...”

God heeft ons allemaal verschillend gemaakt; zo wilde hij het ook. Hij schiep man en vrouw: beide mens, maar toch verschillend. Laten wij het nooit nalaten om elkaar te blijven zien en blijven accepteren precies zoals we gemaakt zijn. Hoe makkelijk is het om elkaar te veroordelen; apart te zetten of te betitelen als “vreemd” of “anders”. Laten we onze ogen open houden en elkaar de hand reiken. Want verschillend als ze waren, Adam en Eva waren aan elkaar gegeven omdat het niet goed was om alleen te zijn. Zo mogen ook wij elkaar meenemen en, als het nodig is, elkaar ondersteunen, optillen en dragen. Vooral in deze wintermaand.

“U bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. God heeft in de gemeente aan alle mensen een plaats gegeven.”
Naar 1 Kor. 12: 27 en 28a

José Lourens
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

November 2011: Licht

 

Zondag 28 oktober werd ’s nachts de klok weer een uur achteruit gezet. Het einde van de zomertijd. Mijn dochter van bijna 2 stond een paar avonden achter elkaar vol verwondering voor het raam naar buiten te kijken. ‘Donker buiten’ zei ze gefascineerd kijkend naar de straatlantaarns. De meeste mensen zullen toch minder uitzien naar de tijd dat ze ’s morgens in het donker van huis gaan en aan het eind van de middag in het donker weer thuis komen.

1111-burning heartNaast de dalende temperatuur is de korter wordende daglengte de oorzaak van de vallende bladeren in de herfst. Winterdepressies proberen bij menigeen weer de kop op te steken. Het betekent ook een tijd dat je extra alert bent als je ’s avonds buiten fietst. Er zijn veel dingen die het daglicht niet kunnen verdragen en daarom vaak in het donker plaats vinden.

Het is dan ook niet voor niets dat vaak in november al de eerste kerst/feestverlichting weer verschijnt. De lichtjes doen ons duidelijk goed en het is ineens weer gezellig in de stad. Er worden veel cadeaus gekocht voor sinterklaas en kerst en we storten ons op snoep en lekker eten.

Het kerstfeest is inderdaad het feest van het licht! Gods Zoon die bij Zijn geboorte op aarde de wereld hoop gaf en in het licht zette. De duisternis (de zonde en de dood) moest plaatsmaken voor het licht van de waarheid.

Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’
Joh. 8:12

Het wonder van de geboorte van Jezus is wat we vieren met kerst. Als Koning van het heelal maakte Hij zich klein om ons te redden. Geboren in een voerbak voor dieren, zo begon Hij Zijn leven. Het contrast is net zo groot als donker en licht. Zijn leven en dood geeft ons de hoop op een eeuwig leven in stralend licht.

Op kerstavond, zaterdag 24 december wordt in het Beeklustpark in Almelo een lichtjestocht georganiseerd. Tijdens deze tocht kun je op zoek gaan naar het licht van de wereld.
Op een pad verlicht door waxinelichtjes komt u allerlei Bijbelse taferelen tegen over de geboorte van Jezus.
Beleef het mee en verwonder je als een kind in het donker van het park over het licht dat naar de wereld kwam!


Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


 

Oktober 2011: De ficus



Sinds januari ben ik de trotse bezitter van een Ficus Benjamina. U kent ze wellicht wel. Een rank boompje met lange, smalle bladeren en de mijne heeft een in elkaar gevlochten stam. 1110-ficus-benjaminaNormaliter gedijen ze goed in huis en kun je er veel plezier aan hebben. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik nog nooit geslaagd ben als plantenverzorger en dat ook vetplanten bij mij bij tijd en wijle doodgaan. Voor de duidelijkheid; een vetplant is een plantensoort die nog enige overlevingskans heeft bij een zeer slechte verzorging. Mijn gekregen Ficus vormde dus een uitdaging. In de eerste weken ging het goed, maar dat is niet zo moeilijk. De plant heeft genoeg voeding, water en licht gehad om het een poosje uit te kunnen houden. Na enige tijd begon het zienderogen achteruit te gaan. De blaadjes vielen sneller af dan dat ze bij konden groeien en het stoten van een spelend kind tegen de pot, veroorzaakte een bladerregen. Desondanks overleefde hij het tot de zomer al was de charme er wel een beetje af.

We hadden gepland om de eerste twee weken in augustus op vakantie te gaan en om iemand niet te hoeven belasten met de zorg voor onze planten, hebben we de Ficus buiten gezet. We zouden het wel zien wat er over was gebleven na onze vakantie. Na twee weken ontspannen, waren we blij verrast bij het zien van de conditie van onze Ficus. Het kleine boompje zat vol met nieuwe scheuten en er was een heus bladerdak verschenen in de tijd dat we weg waren. Het warme, vochtige weer in de zomer had hem duidelijk goed gedaan.

De manier waarop ik mijn planten verzorg (of niet verzorg) doet me denken aan de wijze waarop mensen geneigd zijn om zichzelf geestelijk te verzorgen. Er zijn mensen die niet zo bezinnend zijn ingesteld. Ze leven zoals het komt en genieten van de dag. Af en toe geven ze zichzelf wat water en zijn daar tevreden mee. Daarnaast zijn er mensen die bewust leven volgens hun overtuiging. Ik behoor tot de laatste groep. Maar ook in het leven naar mijn overtuiging kan ik een bepaalde wisselvalligheid constateren. Het ene moment ben ik actief met God bezig en zorg ik voor voldoende ‘voeding en licht’, het andere moment leef ik op een klein beetje ‘water’. Het geestelijk plantje blijft wel leven, maar de conditie verschilt van moment tot moment.

Bovenal merk ik dat de neiging om het zelf te doen zo groot is dat ik weleens vergeet dat een plant het beste groeit als het zich ook laat verzorgen. Een plant kan zichzelf niet verzorgen. Jezus zegt in het Bijbelboek Johannes zelfs:
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen….’
We zijn niet eens een zelfstandige plant (al gedragen we ons vaak wel zo). We zijn als ranken geënt op Zijn stok en ranken kunnen niet zonder de stok groeien. We zijn daardoor ook verzekerd van voldoende voeding. Dit betekent wel overgave, overgave aan Diegene die weet wat wij nodig hebben en ons daardoor laat groeien. Hij laat ons niet verpieteren. Dit geeft rust en vertrouwen.

Inmiddels hebben we de plant weer naar onze kamer verplaats en gaan we een nieuw jaar tegemoet waarin we weer ons best kunnen doen om hem in leven te houden. We zullen zien of we onze les geleerd hebben….

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


September 2011: Geloven is…

 

Kent u de kaartjes van “Liefde is…” ? Veel oppervlakkigheden, maar ook veel waarheden. Tijdens één van mijn mijmersessies, alleen, achter het stuur van de auto, kwam de vraag bij mij boven ‘Wat is geloven eigenlijk?’ U kent misschien de catechismus: Geloven is een stellig weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houdt wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen… O ja, zo uit mijn hoofd. Zo ging dat toen ik 14 jaar was. Toen leerde je het uit je hoofd. Maar ik heb nooit de diepte ervan begrepen tot mijn hierboven genoemde mijmersessie.

Voor mij is geloven, mij vastgrijpen aan Gods beloften ook al zie ik er niks van hier. Geloven is tegen anders ervaren in blijven belijden dat God doet wat Hij belooft! Ik wil graag delen wat ik zoal dacht.

 

Geloven is…

Als je door een ernstige ziekte weet dat de dood komt, toch belijden: “Als ik mag wonen bij de Allerhoogste, zal het kwaad mij niet bereiken.” (psalm 91:9,10) Als je al jaren het zelfde aan God voorlegt in gebed, maar het gebeurt niet, toch belijden: “Geprezen zij God, hij heeft mijn gebed niet afgewezen, mij zijn trouw niet geweigerd!” (psalm 66:20) Als het elke week weer puzzelen is om te kunnen eten en je kinderen te kunnen kleden, toch belijden: “Ik kijk naar de vogels in de lucht. Mijn hemelse Vader voedt ze. En ik ben meer waard dan zij!” ( Matth. 6:26) Als je staat bij het graf van degene van wie je zoveel houdt, toch belijden:” U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat mij het graf niet zien! U wijst mij de weg naar het leven!" (psalm 16: 10,11) Als je leven beschadigd is door je medemens(en), toch belijden: “Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen, wat kunnen mensen mij doen!” (psalm 118:6)

Ik kan nog heel veel van deze beloften van God noemen. De bijbel was al een rijk en onmisbaar boek, maar nu wil ik steeds weer zoeken naar alles wat God mij belooft. Tegelijk maakt dit mij een beetje bang. Zal ik dit ook allemaal belijden als ik er voor kom te staan? Of zeg ik dan: “ik zie er niks van, dus wat is er eigenlijk van waar?” Vóór mij zijn er gelukkig velen geweest die hoopten op Gods beloften. Lees Hebreeën 11 er maar op na! Abraham, Jozef, Mozes, enz. In vers 39 staat: “Al deze mensen (…) hebben de belofte niet in vervulling zien gaan…”

1109-zonsopkomst-2

 

 

God heeft de avond, volgend op de mijmersessie een dikke streep onder mijn gedachten gezet. Ik sloeg de bijbel open bij Jakobus 1:12: “Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt de lauwerkrans van het leven, zoals God beloofd heeft aan iedereen die hem liefheeft!”

 

Dat is nog eens een belofte!

 

 

 

Donatine Luiten

Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Juli 2011: Prioriteiten stellen


1107-PrioriteitenHet afgelopen jaar heb ik als juf van groep 7 een kudde van 32 kinderen onder mijn hoede gehad. Dat viel soms nog niet mee, moet ik zeggen. Groep 7 is een druk jaar. De meeste oneven basisschooljaren zijn jaren waar de kinderen veel nieuwe dingen leren. Zo ook groep 7. Naast het vrij pittige niveau van rekenen, taal en spelling hebben ze ook voor het eerst Engels en hebben ze veel verkeerslessen, aangezien ze in groep 7 hun verkeersdiploma hopen te halen.
Al met al een vol jaar. Als juf is dat natuurlijk ook wel even aanpoten. Je les staat of valt met een goede voorbereiding, natuurlijk. En daarnaast moet je goed in de gaten blijven houden welke kinderen op hun tenen lopen en welke kinderen de kantjes er vanaf lopen. Dat is sowieso al een aardige klus, maar met 32 kinderen was dan nog wel even wat anders. Lange dagen waren het gevolg. Veel tijd voor je werk, weinig voor jezelf. En nog minder voor vrienden, of een gezellig bezoekje van of aan iemand uit de kerk.
Het ging steeds maar weer in golven. De ene week was het allemaal prima te doen en was ik vol van energie, de andere week kwam ik lamgeslagen thuis en had ik meer zin om een potje te janken dan om eten te gaan koken. (Dat is op zich al een teken aan de wand, aangezien ik gek ben op eten!)

Zo aan het eind van het jaar maak ik dan meestal de balans op. Waar ben ik tevreden over? Wat vond ik leuk aan dit jaar? Wat heb ik geleerd? Wat wil ik volgend jaar anders?
Constant zeuren dat je nergens tijd voor hebt, omdat je zo druk bent met je werk...is dat de bedoeling?
Natuurlijk, het is goed om je werk serieus te nemen. Het past niemand - maar zeker een christen niet - om de kantjes er vanaf te lopen. Maar daar is ook een grens aan. Hoeveel dingen heb ik het afgelopen jaar niet afgeketst, omdat ik er geen energie voor had? Veel te veel, dat is zeker. Ik ben echt wel tevreden met wat ik op mijn werk heb kunnen doen. Ik mag tevreden zijn over de resultaten van de kinderen en - wat nog veel zwaarder weegt - ik heb iets heel moois opgebouwd met deze 32 kinderen. Het zijn voor een jaar "mijn" kinderen geweest en het zal heel vervelend zijn om ze over vier weken te moeten laten gaan. Dus dat is in ieder geval iets.

Maar toch...hoe kan het dat mijn baan zo ontzettend belangrijk is? De tien uur die ik daar dagelijks doorbreng nog aangevuld door het gepieker in het donker, wanneer ik eigenlijk zou moeten slapen. Als ik een top drie zou maken van mijn tijdsbesteding van het afgelopen jaar, komt mijn baan met stip op nummer één. En daarna - het zou me niet verbazen - de televisie. Want aan het einde van een lange werkdag is niets zo heerlijk ontspannend dan met de beentjes omhoog naar domme programma's te staren..... om er na vier uur achter te komen dat het alweer tijd is om naar bed te gaan. Op de lijst van tijdsbesteding zou stille tijd er bekaaid vanaf komen. Snel even bidden voor het eten, de bijbellezing naderhand af en toe zelfs vergetend, en 's avonds - half in slaap - een bijbels dagboekje doorwerken. Kerkdiensten en bijbelstudie waren de enige twee dingen waar ik nog echt de tijd voor nam.

Ik vraag me af hoeveel van ons onszelf hebben wijsgemaakt dat ons werk het meest belangrijk is. We moeten toch geld binnenbrengen? En we willen toch ook laten zien dat we harde werkers zijn? Het feit dat God, maar ook onze families en vrienden, daardoor in het niet verdwijnen zien we soms niet eens meer. En dan is op zondagochtend het bed ook wel weer heerlijk warm en zacht. En de finale van Wimbledon op de BBC toch wel iets interessanter dan droog stukje preek...

Maar misschien spreek ik alleen voor mezelf. Ik merk zo aan het einde van het seizoen dat ik mijn prioriteiten drastisch moet veranderen. En nee, veranderen dat kan ik niet alleen. Het zou ook naïef zijn om te denken dat ik - na een heel jaar daarin gefaald te hebben - er nu wel even wat verandering in aan kan brengen. Nee, ik moet mijn leven in Gods handen leggen. Ik moet leren Hem te kennen in mijn beslissingen. Om steeds weer te bedenken "Hoe zou Jezus dit hebben aangepakt?". Ik weet zeker: Hij zou op zijn werk de kantjes er echt niet vanaf lopen! Maar Hij zou zich ook niet richten op maar één ding. En dat zien we ook in de Bijbel. Jezus wist als geen ander prioriteiten te stellen. Hij had een prachtige balans tussen preken, praktisch werken, gezelligheid en stille tijd. Die balans, daar zouden wij allemaal een voorbeeld aan kunnen nemen!

Neem mijn handen, maak ze sterk, trouw en vaardig voor Uw werk.
Liedboek, gezang 473


José Lourens
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.




Mei 2011: Feest!


De tijd van de feestdagen is weer aangebroken en menigeen is blij met af en toe een vrije dag of een vakantie in het vroege voorjaar. Vooral als de temperatuur de eerste tekenen van het voorjaar laten zien, de natuur weer wakker wordt en het zonnetje te voorschijn komt, zijn we blij met de onderbrekingen in ons dagelijks ritme.

Ik moet terugdenken aan één van de feestdagen, nog niet zo lang geleden.
Het is nog vroeg in de morgen als we op de fiets stappen. De zon is al een poosje op, de vogels kwetteren buiten en het beloofd een mooie dag te worden. Er is weinig beweging op straat; af en toe rijdt er een auto ons voorbij of zien we een enkele fietser ons tegemoet komen. Het is een zondagochtend als alle andere. Toch staat de stilte van deze morgen in schril contrast met de blijdschap die ik van binnen voel. Het is Pasen!
1105-feestNa de weken waarin het lijden en sterven van Jezus centraal heeft gestaan, met als dieptepunt (of hoogtepunt) zijn dood aan het kruis, is dit een ochtend waarin er weer feest gevierd mag worden. Toch lijken er maar weinig mensen bereid te zijn om het feest bij te wonen en ik bedenk me dat ikzelf ook iemand had kunnen vragen om met ons mee te gaan. Samen met ongeveer 600 mensen van klein tot groot, vieren we deze ochtend in de kerk feest. Feest omdat Jezus de dood overwon, er een God is die naar ons omziet en ook wij verder leven na onze dood op aarde.

Een paar dagen later is het Koninginnedag. We doen het, net als de meeste anderen, rustig aan. Na een beetje uitslapen (voor zover dat kan met kinderen) en een ontspannen ontbijt, vertrekken we naar vrienden om Koninginnedag door te brengen. De televisie doet een flink gedeelte van de dag verslag van de Koningin die een bezoek brengt in het zuiden van het land. De steden zijn versierd, de vlaggen hangen buiten en de mensen zijn uitgelaten en vrolijk. Tegen de middag vertrekken we naar de binnenstad om te scharrelen op de rommelmarkt. De oudste heeft de inhoud van zijn spaarpot meegenomen en we kijken goed rond om felbegeerde knikkers te scoren. Het is een gezellige drukte in de stad en het weer draagt daarin ook een steentje bij. De mensen zijn in opperbeste stemming en voor een paar euro sleep ik met steeds meer zware knikkers en nieuwe rommel in de hoop dat we dat thuis nog ergens kwijt kunnen. Aan het einde van de dag sluiten we af met een barbecue (en zo te ruiken waren we zeker niet de enigen) en keren met vermoeide kinderen en de verworvenheden huiswaarts.
Samen feest vieren schept een band en er zijn veel mensen die genieten van Koninginnedag en de Koningin een warm hart toedragen.

Het zet me aan het nadenken. Hoe kan het dat we de feestdag van de hemelse Koning maar met een handjevol mensen vieren, terwijl we de feestdag van onze Nederlandse Koningin vieren met bijna heel het volk? Zijn onze eigen feestjes hier op aarde belangrijker dan de dagen waarin God ons wil herinneren aan wat hij voor ons heeft gedaan? We feest mogen vieren omdat we weten dat het nog veel mooier wordt? Of zijn de personen voor wie we feest vieren geliefder dan een God die veel mensen niet meer kennen?

Het doet me denken aan een gelijkenis uit de Bijbel. Het hele verhaal staat in Matteus 22, vers 1-14.

‘Jezus vertelde hen een gelijkenis. Het is met het koningrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’”. Maar ze negeerden hen en vertrokken, de één naar zijn akker, de ander naar zijn handel…’

En U? Wat viert u met Hemelvaart en Pinksteren? Wat doet u met de hemelse uitnodiging om feest te komen vieren? Dit misschien?

Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


April 2011: grote schoonmaak


Een tijdje geleden keek ik het tv-programma ‘verslaafd aan verzamelen’. In dit programma wordt hulp geboden aan mensen die zoveel rommel om zich heen hebben verzameld dat de vloer en de meubels vaak niet meer zichtbaar zijn. 1104-rubbishHuizen worden gevuld met impulsaankopen of met een compleet uit de hand gelopen hobby. Onvoorstelbaar, dacht ik, hoe kun je het zover laten komen? Je ziet toch zelf ook wel dat je zo niet kunt leven? Het is erg onhygiënisch, zeg maar smerig. Ook het leidt tot grote eenzaamheid want uit schaamte wordt vaak niemand meer in het huis toegelaten. Gooi al de rommel die je absoluut niet nodig hebt toch gewoon weg, zo moeilijk is dat toch niet?

Hoofdschuddend keek ik verder. Om tot echte hulp te kunnen komen waren een aantal therapeutische gesprekken nodig voordat er aan een grote schoonmaak kon worden begonnen. Uit deze gesprekken bleek dat de deelnemers aan dit programma stuk voor stuk hun verzamelwoede waren begonnen door grote pijn uit hun verleden. Vaak het verlies van een dierbaar persoon uit de direct omgeving. Het niet kunnen verwerken van deze pijn speelt een belangrijke rol in deze verzamelwoede.

Enigszins met schaamte over mijn snelle oordeel bedacht ik dat mensen niet als hamsters worden geboren, maar dat de rommel een symptoom is van iets anders.. En verandering is ook zeker mogelijk. Met behulp van personal organizers moeten alle spullen stuk voor stuk beoordeeld of ze kunnen worden weggegooid, weggeven of moeten worden bewaard. Fantastisch om de opluchting te zien als het huis weer een thuis kan worden. Met een mooi opgeruimd huis kan dan ook een stuk eigenwaarde weer langzaam worden opgebouwd. Hoewel ook deze verslaving altijd een valkuil zal blijven vergeet ik nooit meer de geweldige glimlach van een man die vertelde dat hij voor het eerst in jaren weer in z’n bed kon slapen.

Zou dit mij ook kunnen overkomen? Nee dat denk ik niet. Ik heb echt niet alles perfect op orde, maar ik geloof niet dat dit me zal overkomen. Echt niet? Wees eens eerlijk, vraag ik mezelf af. Nu ik er over nadenk, vermoed ik dat ik er toch een puinhoop van maak. Niet in mijn huis, maar in mijn hart. Als ik heel eerlijk ben zou ik mensen liever niet in mijn hart laten kijken. Stel je voor dat mensen al je gedachten en gevoelens konden zien? Dat is niet echt een geruststellend idee. In mijn hart verzamel ik ook spullen en niet echt alleen maar mooie dingen. Nee ik doe liever het licht uit en mijn deur op slot.

Ik zou me doodschamen voor wat je er zou zien. Liever doe ik zelf ook mijn ogen dicht. Ach het went wel, denk ik soms, na een tijd valt die rommel niet eens meer op.
En ondertussen verzamel ik steeds meer rommel in mijn hart. Niet eens waardevol, nee ik weet zelfs dat het niet goed voor me is. Zou ik het eigenlijk weg kunnen gooien? Ik weet het niet, ik probeer soms mijn leven te beteren, maar die verlangens, hebzucht, jalousie, boosheid, lelijke woorden blijven komen. Soms koester is ze zelfs, zoals een mooie verzameling. Toch maakt me dit ook eenzaam. Want mijn hart is niet een echt thuis. Geen huis vol leven, waar je mensen kunt uitnodigen en je mooie huis kunt laten zien en samen ontspannen kunt eten en drinken.

En als God op de deur van mijn hart klopt? Zal ik opendoen? Wat zal ik zeggen? ‘Let maar niet op de troep hoor!’ Weet Hij het wel zeker dat Hij bij mij wil komen eten? Moet Hij niet bij iemand anders zijn? Nee, Hij roept zelfs: ‘Ruben, ben je thuis?’

‘Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij’.
Openbaring 3:20

Het is bijna Pasen, de tijd waarin Christenen vieren dat Jezus uit de dood opstond en met al onze zonden heeft afgerekend. Hij heeft de afvoer van de rommel als het ware betaald en een container voor je huis gezet. Tijd voor de grote schoonmaak? Komt U mij alstublieft helpen!

‘Leg uw last op de Heer en hij zal u steunen’
Psalm 55:23a


Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.



Maart 2011: Verhuizen


1103-verhuizensChaos in mijn appartement. Een verhuizing in volle gang. Overal dozen, half uit elkaar gehaalde meubels, spullen die uit kasten zijn gehaald... kortom een grote rotzooi.
Tijdens het inpakken besef ik ineens hoeveel spullen ik eigenlijk heb. Niet alleen gooi ik nooit rommel weg (een vervelende hamstergewoonte), maar daarnaast ontdek ik ook hoeveel spullen ik zelden gebruik. Of wat ik dubbel heb.
Een kar vol naar de kringloop, een tweede naar het grofvuil. Opruimen.

Dan opeens schiet mij een email te binnen. Eén van die doorstuurmails, die ik meestal ongeopend weer uit mijn mailbox verwijder. Maar deze komt van een bekende, die aangeeft dat hij de moeite van het lezen waard is. Misschien hebt u hem ook al gezien; een PowerPoint presentatie waarin de wereld vergeleken wordt met een dorp van honderd inwoners. Hoeveel procent zou werkloos zijn? Hoeveel procent dakloos? Hoeveel procent lijdt honger?
Wat blijkt?
Als ik een bankrekening heb en een dak boven mijn hoofd, behoor ik tot de 8% rijkste mensen in de wereld!

Tja. Daar zit je dan te mopperen over de dure verf van de bouwmarkt, die je toch echt nodig hebt om je appartementje leefbaar te maken.
En daar zeur je dan over je tegenvallende salaris, waarvan je deze maand maar één keer lekker kon shoppen...

Het is goed om jezelf en je leven eens tegen het licht te houden. Hoe vast zit ik eigenlijk aan de materialistische dingen? Hoeveel waarde hecht ik er aan? Hoe ga ik om met wat me is gegeven? Waar gaat het nu eigenlijk om in het leven? Word ik gelukkig van alle spullen die ik heb?
Natuurlijk kan ik enorm blij zijn met bepaalde spullen die bezit. Maar als ik terugdenk aan momenten waarop ik écht gelukkig was, dan hebben die niets te maken met spullen die in mijn huis staan. De momenten die tellen hebben altijd te maken met mensen om me heen en met mijn relatie met God.

In de chaos van mijn appartement, moet ik tot de conclusie komen dat ik juist daarom niets te klagen heb. Natuurlijk, ook met een bankrekening, maandelijks inkomen en een dak boven mijn hoofd zijn er echt wel zorgen. Realistische zorgen, ook.
Maar toch is het heerlijk verhelderend om te zien hoe rijk gezegend ik mag zijn. Hoe onbelangrijk en nutteloos een huis vol spullen eigenlijk is. En dat maakt delen van mijn rijkdom uiteindelijk ook zoveel makkelijker. Ik besef dat alle spullen om me heen en het dak boven mijn hoofd van God komen. Hem toebehoren. Ik krijg veel meer dan ik nodig heb.
Teruggeven aan God, door aan de mensen te geven, gaat een stuk makkelijker als je eerst beseft rijk je eigenlijk bent.

En zo, zittend tussen de dozen op een bank vol met troep, mag ik mijn leven opeens in het juiste perspectief zien. Wie had gedacht dat er zoiets moois kan voortkomen uit een stressvolle verhuizing...?

José Lourens
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Februari 2011: navigatie


‘Neem de afslag, daarna rechtsafslaan…’
Sinds kort heeft mijn vrouw een, zoals zij het noemt: ‘Truus’. U weet wel zo’n navigatiesysteem voor de auto. 1102-foto-01
Echt reuze handig zo’n ding, zij brengt je overal naar toe. Als je ergens naar toe moet waar je nog niet eerder bent geweest is, is Truus een uitkomst. Je typt de bestemming in en ze wijst je de weg. Geen gedoe met een kaart in de auto, geen geruzie in de vakantie over de kaartleeskwaliteiten van je echtgeno(o)t(e), heerlijk.

Logisch
Soms zijn de routes van Truus heel verrassend. Voor je het weet rij je in plaats van een hoofdweg op een klein weggetje, in ‘the middle of nowhere’. En hoewel het vaak heel leuke weggetjes zijn, heb ik menigmaal getwijfeld of ik wel op de tijd op plaats van bestemming terecht zou komen. Gelukkig weet Truus de weg.

‘Nu keren alstublieft’
Ja eerlijk gezegd ben ik soms toch wat te eigenwijs voor een navigatiesysteem. Als ik denk dat een andere route, korter of sneller is, dan luister ik niet naar Truus, dan ga ik lekker mijn eigen weg. Fantastisch is dat als je zelfvoldaan je eigen weg gaat met op de achtergrond de stem van Truus: ‘Nu keren alstublieft’ Ja er zijn momenten dat Truus maar even moet slikken en na een kilometertje de moed opgeeft om mij op andere gedachten te brengen. Meestal ‘accepteert’ ze mijn route vrij snel en pikt daar de draad weer op.

Inpakken en wegwezen
Soms zou het handig zijn een levensnavigatie te hebben. Toets je bestemming in: gewenste baan, gewenste burgerlijke status, gewenst huis, enz. Kies dan uit de gewenste route: snelste route, minst fysieke inspanning, vermijd hoge belastingen. Ik zie het al hemaal voor me.
Uw systeem geeft aan: “verkoop over 2 weken je huis bij makelaar X, die heeft klanten die graag uw type huis willen kopen in deze buurt. Bij bank Y kunt u het best een hypotheek afsluiten. Neem dan een spaarhypotheek met een rentevast periode van 5 jaar. “

Eigen keuzes
1102-foto-02Net zoals het goed is een navigatiesysteem soms te negeren of uit te zetten om zelf je route te bepalen, is het ook goed dat we zelf keuzes kunnen maken in ons leven. Hoewel we allemaal wel eens verkeerde keuzes maken is zal niemand een gadget willen die ons precies verteld wat we moeten doen. Aan de andere kant is het zeker niet gek om na te denken over de bestemmingen die je in dit systeem zou willen invoeren. Hoe vaak maken we niet impulsief keuzes en denken we nauwelijks na over ons doel of motief.

Volgen
God plaatst de keuzes die we maken in een groter perspectief. Hij geeft de mogelijkheid voor een eeuwig leven vol geluk met Hem. De bijbel is hierbij het navigatiesysteem dat Hij geeft. Het is geen systeem die altijd bij iedere kruising zegt of je links, rechts of rechtdoor moet, maar die je vraagt om Jezus te volgen.

‘Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’
Joh 4:6

Vertrouwen
In dit geval zijn er geen ‘meerdere wegen die naar Rome leiden’. Daar is de bijbel heel helder in. De route gaat soms via ‘the middle of nowehere’ en ook klinkt er regelmatig: ‘nu keren alstublieft’ als je de verkeerde kant op gaat. Zoals Truus de wegenkaart van Nederland beter kent dan ik, kent de Schepper van het leven de weg naar het leven ook beter dan ik. Daar kan ik op vertrouwen.


Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


 

Januari 2011: Een vergeten cadeau


1101-A-C-T-sHet is januari 2011 en de feestdagen liggen achter ons. Nog even staan we stil bij het nieuwe jaar, maar dan gaan we weer over tot de orde van de dag. Er zijn mensen die intens genieten van de gezelligheid, bij elkaar zijn en elkaar verwennen. Er zijn mensen die opgelucht adem halen als januari zich eindelijk aandient. De feestdagen kunnen, ondanks alle “glitter en glamour” minder mooi zijn dan dat we zouden willen.

Wellicht bent u in de gelegenheid geweest om voor sinterklaas of kerst cadeautjes te kopen voor uw partner of kinderen. Veel mensen doen moeite om een mooie cadeau uit te zoeken voor hun
dierbaren. De winkels liggen vol en in de speelgoedwinkel staan de mensen rijen dik te wachten bij de kassa.

De meeste ouders hebben wel ideeën waarmee ze hun kinderen kunnen verrassen en het idee van een sinterklaas die cadeautjes uitdeelt houden ze graag in stand. En als u cadeautjes heeft gekocht voor uw kinderen, weet u nog hoe blij ze ermee waren? Grote ogen, blije gezichten en niet kunnen wachten totdat het helemaal uitgepakt is? Inmiddels zijn we een paar weken verder. Maar hoe is het nu met het enthousiasme over de cadeautjes bij uw kinderen of uzelf?
Hoe blij we ook zijn, meestal wordt het enthousiasme geleidelijk minder en vergeten we over een tijd wat we gekregen hebben. Ook kinderen kunnen intensief met iets nieuws spelen, maar na verloop van tijd ligt het vergeten in de kast of onder het bed.

Verveling, we hebben er allemaal last van en er is geen enkel medicijn tegen. Als we met elkaar blijven zoeken naar aardse voldoening, is er geen enkele remedie voor. We vieren met kerst feest omdat we er aan denken dat Jezus geboren werd en naar deze aarde kwam, hoewel de invulling van de kerstdagen in de afgelopen jaren veranderd is. God gaf zijn zoon zodat wij bij hem mogen komen, bij hem mogen horen. Hij geeft ons met kerst een cadeau. God vindt ons, ondanks alles, waardevol omdat hij ons door Jezus kan zien zonder gebreken. Hoe mooi zijn we als we alle onhebbelijkheden niet meer zouden hebben? Hoe mooi zou deze aarde zijn, zonder alle ellende die er nu is? Een ogenschijnlijk klein cadeautje dat in de vergetelheid geraakt is, ergens weggestopt onder een kerstboom met lampjes. Maar als we naar dit cadeautje kijken, het aannemen en uitpakken, dan hoeven we het niet te verwachten van alle andere cadeaus op deze aarde. Want dan weten we dat we op een dag, zonder verveling, bij God kunnen genieten van al het goede wat er is. Dit is het enige cadeau waar ik echt enthousiast over blijf!


Leonie Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 


Soms zou het handig zijn een levensnavigatie te hebben. Toets je bestemming in: gewenste baan, gewenste burgerlijke status, gewenst huis, enz. Kies dan uit de gewenste route: snelste route, minst fysieke inspanning, vermijd hoge belastingen. Ik zie het al hemaal voor me.
Uw systeem geeft aan: “verkoop over 2 weken je huis bij makelaar X, die heeft klanten die graag uw type huis willen kopen in deze buurt. Bij bank Y kunt u het best een hypotheek afsluiten. Neem dan een spaarhypotheek met een rentevast periode van 5 jaar. “

Eigen keuzes
Net zoals het goed is een navigatiesysteem soms te negeren of uit te zetten om zelf je route te bepalen, is het ook goed dat we zelf keuzes kunnen maken in ons leven. Hoewel we allemaal wel eens verkeerde keuzes maken is zal niemand een gadget willen die ons precies verteld wat we moeten doen. Aan de andere kant is het zeker niet gek om na te denken over de bestemmingen die je in dit systeem zou willen invoeren. Hoe vaak maken we niet impulsief keuzes en denken we nauwelijks na over ons doel of motief.

Volgen
God plaatst de keuzes die we maken in een groter perspectief. Hij geeft de mogelijkheid voor een eeuwig leven vol geluk met Hem. De bijbel is hierbij het navigatiesysteem dat Hij geeft. Het is geen systeem die altijd bij iedere kruising zegt of je links, rechts of rechtdoor moet, maar die je vraagt om Jezus te volgen.

‘Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’
Joh 4:6

Vertrouwen
In dit geval zijn er geen ‘meerdere wegen die naar Rome leiden’. Daar is de bijbel heel helder in. De route gaat soms via ‘the middle of nowehere’ en ook klinkt er regelmatig: ‘nu keren alstublieft’ als je de verkeerde kant op gaat. Zoals Truus de wegenkaart van Nederland beter kent dan ik, kent de Schepper van het leven de weg naar het leven ook beter dan ik. Daar kan ik op vertrouwen.


Ruben Kuiper
Reageren?: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.